Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

52e JAARGANG NUMMER 8

DE INGENIEUR

B. BOUW- EN WATERBOUWKUNDE 4.

19 FEBR. 1937

B. 39

INHOUD: Een registreerende stroommeter, door dr. ir. J. van Veen - Politiek, moeilijkheden eni lessen^bij den bouw van een waterreservoir te Macau (Zuid China) door ir G ^-Si^™^-^ ^1^™ Grund! Rapporten van het 2e Bammencongres, door prof. ir. H. C. Jr. de Vos — üoeKenmeuws. ui. j.ng. xv.

wasserströmung, door dr. ir. J. H. Steggewentz. — Verbetering.

Een registreerende stroommeter

door

dr. ir. J. VAN VEEN.

Het verticale getij in onze wateren wordt sinds vele tientallen jaren geregistreerd door getijmeters en is daardoor goed bekend. Het horizontale getij daarentegen werd nog niet geregistreerd. Wel vonden vele afvoer- en stroommetingen plaats en deze zijn ook onmisbaar, doch hieraan kleeft het bezwaar, dat slechts gedurende enkele getijden gemeten wordt. Een registreerende stroommeter verlengt als het ware de tijdas en levert gegevens aangaande vele opeenvolgende dag- en nachtgetijden, doode en giertijen, enz., zoodat de harmonische analyse ook op de krommen van het horizontale getij behoorlijk kan worden toegepast.

Het beginsel van den hier te beschrijven stroommeter (fig. 1 en°la), waaraan sinds 1930 bij de directie Benedenrivieren werd gewerkt, is eenvoudig (zie ook De Ingenieur no. 27, 1933, fig. 14 en 15). Een kegel met open grondvlak hangt met den top in de richting van den stroom, terwijl de stroomdruk tegen dezen kegel wordt overgebracht naar een spiraalveer (unster), waarvan de uitrekking wordt geregistreerd.

In plaats van een kegel kan men ook een pyramide nemen. Mogelijk ook nog andere lichamen, doch blijkens onze ervaring is het niet gemakkelijk een vorm te vinden, die volkomen rustig den stroomdruk opneemt. Veelal gaat het lichaam in dwarsrichting schommelen en deze beweging kan bij eenigszins krachtige stroomen zoo heftig worden dat alles breekt en barst.

Een kegel of pyramide, als boven bedoeld, heeft dit bezwaar in het geheel niet. Uit ijkingen in het Scheepsbouwkundig Laboratorium te Wageningen bleek, dat er een zuiver quadratisch verband bestond tusschen den stroomdruk tegen deze kegels (of pyramiden) en de stroomsnelheid, terwijl van zoogenaamde „humps and hollows" in de ijkingslijn niet gesproken kon worden. Voor zoover werd nagegaan, had de grootte van het lichaam geen

bijzonderen invloed, noch ook was van eenig principieel verschil sprake tusschen de ijkingskrommen van kegels en pyramiden. De invloed van de meer of mindere nabijheid van den bodem was eveneens niet te meten. Zelfs bij de groote snelheden van 3 m/sec lagen de kegels of pyramiden nog volkomen rustig in het water.

De weerstandsformule voor pyramiden met zijvlakken, waarvan de tophoek 41° 20' bedroeg, was: W

= 33.9

yV2F

die voor kegels met een tophoek van 65°: W

= 29.6

yv2F

Hierin is W de weerstand door den stroom op het kegellichaam uitgeoefend in kg , v de stroomsnelheid in m/sec, y het s.g. van het water in kg/dm3 en F de oppervlakte

Fig. 1. Stroommeter.

Fig. la. Registrcergedeelte.

Sluiten