Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Directie en Administratie: Van Eeghenstraat 189 Telefoon 25213

Hoofdredactie: J. TAL, Utrecht - Mr. IZAK PRINS, Amsterdam

Secretariaat der Redactie: Sarphatistraat 52, AMSTERDAM Telefoon 26390

INHOÜDSOPG/WE.

Wat wij willen blz. 1

De kop van de vri/dacavond 1

Rabbijn I. Maarsen: In Gebedsstemming.. „ 1

Bericht van de Directie ■ 2

T.: Losse bladen uit het Boek des Jodendoms. I „ 2 Rabbijn Ph. Coppenhagen: De Gemeente

in Mishna en Talmud n 3

R: Rembrandt als Joodsch schilder. I „ 4

J- S. da Silva Rosa: De indruk van Sabbataï

Tsebi, den val-chen .Messias, te Amsterdam „ 5 D. S. van /.uioen: Otücieele bestrijding van

het apti-semiiisme op het Hollandsche

tooneel $1809) „ 6

dr. J. Sanders: Enke'e gegevens over het

aantal Joden te Amsterdam .... ; 7

Sigmund SekliGMAnn: Scripta Universitatis

atque Bibliothecae Hierosolymitanarum. . . 8

sFrits van Raalte: Diamant per kilo „ 8

Siegfried van Praag: David Bergelson, een

Jiddisch auteur 9

S. Pinkhof: Een Jood tot Beethoven „ 10

Alexander SchmulLEr: Joodsche Muziek „ 11 KalONYMUS: Legenden en Sproken, naar

het Joodsch. 1 9 jj

T.: De Eed . . • ' ' " ]2

R.: Kleine Steentjes ... 13

BEELDENDE KUNST: Een curiosum van

Jozef Israëls J3

David Blanes 13

GIJN EN ONGIJN: Getroffen. - Mesjogge =

Krankzinnig? - Een advertentie „ 14

Wesjinnantom lewooneegoo

<llRJAM: Bar-Mitswoh blz. 15

Asschür-Pinkhof: Winter 15

P-: Een Joodsche geschiedenisles 16

Raadsels " 16

"KAT WIJ WILLEN.

ONS DOEL.

Wij willen den kring pan Joodsche ezers aangenaam toebereid .kosjer" geeslespoedsel perschaffen. brX,ij willen niet nieuwtjes en berichten maken11' n°Ch de partij°r§anen operbodig

eprÏÏLiTl^1! Joodsche lectuur gepen in ^rcaKkelijk-leesbaren porm, onderhouaend en inhoudrijk.

Wij willen niet „politiek" doen in groote noch kleine afmeting en met inhoudlooze wereldpolitiek, landpolitiek, partijpolitiek of gemeentepolitiek de hoofden pullen en de lepens leeg maken.

Wij willen pan alle terreinen des Jodendoms spreken en laten spreken, uit historie en ethica, uit poëzie en proza, uit wetenschap er practijk, uit indiPidu-lepen en pclksgebeuren — leerendenopPoedend,om het goede te helpen groten, er. :1e i heid te dienen.

Wij willen met geleerd zijn en moeilijk, noch opperPÏakkig en niets-zeggewi.

Wij willen het — dit is: het historischwijsgeerige, het' traditioneele Jodendom dienen, de kennis er pan perspreiden, het Iepen er pan opbouwen.

Wij willen niet wat elders gegepen wordt, Verdringen of neerhalen en een plaats gaan innemen, die reeds ingenomen is.

Wij willen poor den Vrijdagapond, den apond, waarop het Joodsche gezin bijeen is, Joodsche lectuur gepen, die met den Sjabbosgeest medeleeft en in de Sjabbosatmosfeer doet nadenken en meegepoelen, een Joodsch blad, dat allen iets en pelen peel brengt.

J. TAL. IZAK PRINS.

de KOP van DE VRIJDAGAVOND.

De .,kop" van ons blad teekende de heer Jozef Teixeira de -Matros, te Zandvoort.

Deze kunstenaar liet zich klaarblijkelijk inspireeren doo.>' de kaarsverlichting der stralende kronen te.r Amsterdamsche ,,Snooge".

In vroolijk lichtspel komen de letters tegen den donkeren achtergrond prachtig uit. De twee luchters op de Theba verhoogen nog de Sabbathstemming. En mysterieus gloeit het aloude Joodsche Davidsschild.

RABBIJN I. MAARSEN, AMSTERDAM. in gebedsstemming.

Op de eerste bladzijde van onze Tefillo, den aanhef vormend van het dagelijksch gebed, staat een tienregelig gedicht, dat alles behalve een gebed tot inhoud heeft.

Adoun 'oulom deelt met zooveel andere, veel gebruikte stukken in onze liturgie de eigenaardigheid, dat de auteur er van niet met -el.c ■k;id bJ'CHl is. Mèr. rr^f' • v. - \y 1 U>v geschreven aan den grooten, wijsgeerig-dichterlijken liturg Ibn Gabbirol (1021), schrijver van de beroemde „Koningskroon". Dit feit alleen toont reeds aan, hoe hooge poëtische v/aarde en tegelijk diep religieuze inhoud ons stuk bezit. De harmonische accoorden en de fijne, tot het gemoed sprekende melodie onzer gebedsouverture klinken zoo rein en zuiver, dat Ibn Gabbirol de componist er van kon zijn.

De vraag van het auteurschap behoeft ons verder niet langer bezig te houden. Een stuk, dat geplaatst is aan het hoofd van het gebed, zonder eigenlijk tot de oude gebedsorde te behooren, vraagt onze volle aandacht voor zijn inhoud.

Oorspronkelijk misschien alleen bestemd om vóór het ter ruste gaan te worden uitgesproken („In Zijn hand vertrouw ik mijn ziel ten tijde, dat ik slaap en ontwaak") verschijnt het in de handschriften kort vóór de invoering der boekdrukkunst aan het hoofd van de dagelijksche gebedsorde en is daar — met uitzondering van een enkel afwijkend gebruik — gebleven. Aan het slot van het nachtgebed heeft het, getrouw aan zijn oorspronkelijke bestemming, zijn plaats behouden.

Zoo wordt de dag van den Jood begrensd door het uitspreken van het Adoun 'oulom; door het afleggen van deze belijdenis 's morgens na het ontwaken en 's avonds voor het ter ruste gaan wordt zijn gedachteleven beheerscht. Immers dat is onze gebedsinleiding, een belijdenis in dichtvorm, maar geen gebed. Hoe eenvoudig van taal, hoe ongedwongen in vorm, worden hier de belangrijkste wijsgeerige problemen kort saamgevat, in Joodsch filosofischen geest opgelost, als innigste geloofsovertuiging uitgesproken.

Sluiten