Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LEBBENBRUG

VrWUWAi

Wie in Borculo komt en mooie plekjes zoekt, die wandele eens over den ouden weg naar Barchem. Eerst zien we loofhout, bouwland en weide langs de baan, straks begint het gebied van heide en dennen. Daar aan den rechterkant, waar die hooge masthoornen suizen, is het Galgenveld. Op gindsche hoogte stond eens de galg, toen de heer der Heerlijkheid Borculo nog het halsrecht bezat. Op die plek zullen nog de geraamten der terechtgestelden in den grond zijn verborgen, immers zij werden aan den voet der galg begraven. Een oud man vertelde mij, dat zijn vader er bij was geweest, toen hier iemand gegeeseld was en hij met anderen was opgecommandeerd om met stoksluiten een kring te vormen om de executie.

Voortwandelende over den breeden zandweg, door hooge dennen begrensd en met bremstruiken omzoomd, ontwaren we voor ons uit een dichte, lommerrijke groep van eiken. In schaduw van 't geboomte zien we een tolboom en daarachter een brug; dichterbij gekomen kijkt daar voor ons aan den linkerkant een ouderwetsch huis uit het groen. Dat is de Lebbenbrug of Bruggeweerd, zooals de buren het noemen, 't Is een groot dwarshuis aan den weg met de deel en de veestallen er achter. Welk een antiek voorkomen heeft het met die hardsteenen

kruisramen, waarin diep de kleine ruitjes liggen. In vroeger tijden was het een herberg voor voerlieden en reizigers, toen de aloude Hessenweg uit Munsterland naar Deventer en Zutphen hier langs liep, toen men nog niet droomde van spoorwegen en trams. Ook

Werd er tol ge- De oude tol bij- de Lebbenbrug.

heven door den bewoner der herberg. Volgens akte van 19 December 1679 was toegestaan aan de Lebbenbrug tol te vorderen, mits de brug en de weg tot Borculo werd onderhouden en een tarief vastgesteld. Toen in 1820 van het domein „Hof te Borculo" de katerstede de Lebbenbrug was verkocht aan Bartholdus Meilink, behield die het recht daar weggeld te heffen, zoo is het gebleven tot heden, nu de heer G. ten Klooster uit Amsterdam eigenaar is. Het oude tarief uit de 17e of 18e eeuw is nog te lezen op dat houten bord tegen den muur achter dien boerenput met zijn wip en zwengel. Alleen zijn de stuivers en duiten van weleer in 1853 in centen uitgedrukt. Dat tarief vertelt ons, wie hier al zoo passeerden in lang vervlogen dagen. Daar komen de wagens en karren over den muilen hobbeligen zandweg aanhotsen, volgeladen met koopmansgoederen, met reizende menschen of met beide. Een wagen, op Duitschland „varende", geeft ongeladen 4, geladen 6 stuiver (een kar 3 en 5 st.). Een kar met coopmanschappen, in het land blijvende, met onbeslagen raderen (dus zonder hoepels) betaalt 2 stuivers. Zoo komen er karren of wagens met turf, met hout of koren, met visch uit ljselsteden, met bier in tonnen, vaten en kinnetjes. Voor elk mensch in vrachtwagen,

karre of karoswagen offert de voerman 4 duiten. (Alleen menschen, die pro Deo reizen, als krankzinnigen en gevangenen, zijn vrijgesteld.) Een kar met menschen geeft 1, een kales met 2 paarden 2, een karos met 4 paarden 4 stuiver.

Ook van het vee moet betaald worden:

(Foto B. fb Hoetink, Warnsveld). een ruiter geeft

206

Sluiten