Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wiens fijne pen, wiens dichtvermogen Nog paerlen zyn van Nederland?

en ook:

In volksverhalen en gedichten Vindt gy het Muiderslot vermeld: In Utrechts oudste kerkgeschichten Zyn naam gestadig neergesteld. Wat reeks van dappren zag het sneven Voor wal of poort beroofd van 't leven, Of neergewenteld van zyn kruin! Is 't dan voor u bewaard gebleven, Van de oude burcht, wier vast arduin Geen vorst of bisschop wilde vreezen, Verwinnaars, plonderaars te wezen? Die neer te storten in haar puin? De schande van „voor afbraak" verkocht te worden werd het Slot dus bespaard, maar de schoone voorstellen tot restauratie konden toch ook niet verwezenlijkt worden: er was geen geld beschikbaar, de kwestie met België had de schatkist uitgeput. Pas tientallen jaren later is het plan ten uitvoer gebracht, in 1913 (het jaar der tentoonstelling in het Slot). De kamers zijn aangekleed en een gids voert de bezoekers rond, zooals dat nu eenmaal gaat, op bepaalde uren, haastig en in kudden. Geen gewoon bezoeker krijgt de gelegenheid, ook al zou hij graag willen en er overigens toe in staat zijn, de omgeving op zijn fantasie te laten inwerken.

Noch de minnaar der geschiedenis, die in Floris' gevangenkamer zich zou willen herinneren, hoe vóór den „snooden" overval Gerard van Velzen en Herman van Woerden met hun vorst aanzaten en schijnbaar vroolijk en argeloos tafelden, ja nog Sint Geertenminne waagden te drinken met hem, dien ze verrieden! - Aan het oude lied „Graef Floris ende Geraert van Velsen", dat voorkomt in de Rijm-Kronijk van Melis Stoke, heeft Hooft zijn stof ontleend voor z'n drama Geeraerdt van Velzen, dat op het Muiderslot speelt. - Misschien ook zou hij getracht hebben zich in te denken, hoe het hem te moede zou zijn als hij den nacht in dit vertrek moest doorbrengen, zooals Huygens gebeurde, die het eens als logeerkamer toegewezen kreeg, en wien het inspireerde tot het gedicht „Het Spoock te Muyden". Vers 19—31 luiden:

'Ksie den Graef hier liggen vloecken,

'Ksie hem kruypen door de hoecken,

Van syn omgetuymelt hert,

'Ksie hem smelten in syn smert.

'Ksie hem sitteren van boosheidt,

'Ksie hem allerhande loosheidt,

Schrapen by den anderen,

Honderd mael veranderen,

Vande bakken tot haer daken,

Vanden hoosband tot het laken,

Vande venster tot de deur

En verwerren in de keur. Noch de minnaar der literatuur, die de groote zaal, waar Hooft Lucanus' spreuk: „Semper nocuit differre paratis" boven den schoorsteen liet aanbrengen, in zijn gedachten zou willen bevolken met de figuren van den Muiderkring, maar met alle geweld een beddepan moet bewonderen!

En allen, literatuur-, antiek-, geschiedenis- en niets-bewonderaars en -minnaars zouden het apprecieeren in dit schoone slot te kunnen tafelen. De bongerds zijn sinds lang verdwenen, dus er zouden geen reprises gegeven kunnen worden van de pruimenfestijnen, die Hooft gaf, maar . . . men zou kunnen drinken uit glazen als waaruit weleer gedronken werd, in die lang vervlogen Gouden Eeuw. Ja zelfs is de vorm bekend van den beker, waaruit Floris in het jaar 1296 zijn laatste teug in vrijheid nam! Het zou zeker voor velen bekoring hebben uit een reproductie daarvan te drinken.

In het boek van A. D. Schinkel, Beschryvinge van merkwaardige Drinkglazen en Bekers, staan de door de meisjes Roemer zoo schoon en kunstig voor Hooft en diens vrouw gegraveerde glazen afgebeeld. De vaardigheid van Tesseltje en haar zuster in het „bemalen" van glas is meermalen bezongen, o.a. door van Baerle: 'k Zag het broze glas der bekeren Haer der Eeuwigheid verzekeren Door het oogverbijstrend schrift Van haer diamanten stift.

en door Hooft:

Zoo 't U met diamant lust op het glas te stippen 't Is in de vlindertyd. Het geestige gedrocht Ziet of het lafenis aan sap van druyven zocht, En zit zoo kuyn, men zoud' het van den roemer knippen. De heer Schinkel veronderstelt, dat Hooft's versregels op het glas van Anna Roemers slaan, dat de lezer hierbij vindt afgebeeld. Vreugdevol drinken zou het ook zijn uit glazen als door Tesselscha bewerkt, voor Hooft met „A demain les Affaires", voor zijn vrouw met „Altyts vroo".

Waarlijk, het Muiderslot komt alleszins in aanmerking voor pelgrimsplaats op de wijze van Ye Olde Cheshire Cheese. Mocht men het al te afgelegen vinden voor gewoon café of restaurant, het zou toch zeker prachtig dienst kunnen doen voor stam-localiteit van literatuur- en wijn-minnende clubs, wat de Cheese ook is. De gracht zou de onmatigen matigheid kunnen leeren! de door Hooft zoo geprezen maet:

Maet in swyghen, maet in kallen, Maet in wys zyn, maet in mallen, Maet in spyse, maet in dranck. Zoo zou het Muiderslot dan levendigheid herkrijgen, op passende, waardige wijze. Waarom zouden we oude roemruchte kasteden alleen voor kinderkolonies of saaie bezienswaardigheden gebruiken? . . .

2 21

Den Doolaard vertelt

EUROPA IN EEN KALEIDOSCOOP

DOOR BART IN 'T HOUT

E

De wijsheid rent in den zonneschijn.

Erich Wichman.

EN interview met Den Doolaard . . . Nonsens! Tenminste in

de beteekenis van het studeer- en huiskamerformaat, het

vraag- en antwoord-spel over de bekende en vertrouwde dingen des levens die zich van dag tot dag herhalen en in het leven van de onderscheiden persoon een belangrijk steunpunt zijn geworden.

Den Doolaard is dichter en prozaschrijver. Hij heeft prachtige balladen vol gloed en hartstocht neergeschreven, zijn laatste boek >jDe Druivenplukkers" stempelt hem tot een der meest belovende jonge prozaschrijvers waaraan de literatuur van ons land zoo'n

groote behoefte heeft. Wat zou dus meer voor de hand liggend geweest zijn dan een gesprek over de literatuur van onzen tijd, een oordeel over de schrijvers en schrijfsters van ons land en in den vreemde al of niet vergezeld van het bekende voorkeur- en verlanglijstje van den literator zelve?

Albert Helman schreef naar aanleiding van het boek van Den Doolaard, „De Druivenplukkers", in de Groene Amsterdammer ongeveer het volgende: „Wetend dat de geest waait waar hij wil en dat de Muze zwerfziek komt en gaat wanneer zij zin heeft, zette Den Doolaard zijn kruistochten door Europa voort, sporadisch in Nederland opduikend met den geur van Alpen nog

Sluiten