Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OT D E JfOOgTE

LAMBERT RUCKI

ONLANGS werd in een artikel, geschreven door Engelman, onze Nederlandse beeldhouwers een verwijt gemaakt over een gemis aan zinnelijkheid. Als in ieder verwijt lag daarin zeker de stille wens besloten, dit tekort in onze beeldhouwkunst spoedig te zullen zien aangevuld. Een dergelijke lans te breken voor iets dat zo diep geworteld is in de volksaard, beïnvloed door landaard, ligging en godsdienst, is voorzeker weinig hoop gevend.

Daar is dat andereland, dat wij gekscherend wel eens als ons tweede vaderland aanduiden. Chacun a deux pays, le sien et puis la France. Een land dat zo veel tintelend levende mensen bevat, die in hun werk daarvan getuigenis aflegden. Want 't gaat niet om zinnelijkheid alleen.

Per slot is 't leven zelf de vervormer van de mens. Hoe menigmaal heb ik niet genoten in Parijs van de koppen van lieden, gezeten tegenover mij in een metro, mensen die zo intens met 't grote stadsleven kennis maakten dat zij door dit leven af-gemodelleerd waren. Hoe menigmaal zien wij hier mensen die op de rand der dingen blijven staan en geïnteresseerd toekijken, zonder daadwerkelijk aan de dingen deel te nemen. Want onze befaamde rust (wellicht een eigenschap die ons in politiek opzicht veel moeilijkheden bespaarde) is niet een hoedanigheid die ons in artistiek opzicht verder brengt.

Dit alles ging mij door het hoofd toen ik onlangs een bezoek bracht aan le petit Palais in Parijs en stond voor het werk van Lambert Rucki.

Het spijt mij, lezeres of lezer, en dit meen ik ten volle, dat ik u op deze onvolledige wijze doe kennis maken met dit werk, dat op mij zulk een goede indruk maakte. Goed beeldhouwwerk is drie dimensionaal gedacht en uitgevoerd en een foto blijft een povere en ontoereikende weergave.

Dit neemt niet weg dat u mij wellicht toch zult kunnen volgen aan de hand van bijgaande fotos.

De eenvoud en sereniteit van Ruckis werk die ons allereerst treft, onthult ons daarnaast een mens met een warm kloppend hart, waardoor het mij voorkomt dat dit werk op den duur tot de gemeenschap zal spreken.

Groot en sterk in zijn vorm, is 'tvan een fijn sentiment en getuigt het van een doordachtheid in de materie.

Vele franse critici hebben om de eenvoud der conceptie gedacht de oorsprong van dit werk bij de Primitieven te moeten zoeken.

DOOR TH. HAANE BRINK

DE RUSTENDE SCHAAPHERDER Ontwerp voor een houten beeld

Dit is onjuist en Rucki komt daartegen op als hij zegt: „Mon art procédé de 1'art nègre". Ik kan dit met te meer stelligheid beamen nu ik bij mijn bezoek aan Parijs een tentoonstelling zag van sublieme negerkunst, afkomstig uit de collecties van eclectici. Dan is negerkunst geen kunst van grove wilden, geen fetiches die men op elke koloniale tentoonstelling kan bezichtigen, en waardoor menigeen haar be- en veroordeelt. Goede voorbeelden van negerkunst geven blijk van nobelheid in stijl, wedijverend in schoonheid met vele beeldhouwwerken uit egyptise stijl, maar met een godsdienstig sentiment dat wellicht dieper aanvoelt. Ook Rucki's werk getuigt van een devote geest en in sommige onderwerpen blijkt hij een streng religieusen aard te bezitten.

14}

Sluiten