PROSPERITEITS- EN DEPRESSIE-PERIODEN.
19
PROSPERITEITS- EN DEPRESSIE-PERIODEN.
DOOR S. DE WOLFF.
In den i8en jaargang van „De Nieuwe Tijd" (1913). schreef partijgenoot J. v. Gelderen („J. Fedder") een zeer belangrijke studie, getiteld: „Springvloed. Beschouwingen over industrieele ontwikkeling en prijsbeweging".
Met allerlei statistisch materiaal uit de jaren 1850 tot 1911 liet hij ten duidelijkste zien, dat er in het kapitalisme een eigenaardige „tempowisseling" bestaat „in alle sferen der economische bedrijvigheid".
Zijn betoog was een schitterende toelichting bij de opvatting van den marxistischen econoom Parvus over de t e m p o - w ij z igingen in de kapitalistische bedrijfsontwikkeling, een opvatting, het eerst door Parvus geuit in het in 1901 verschenen boekje „Handelskrisis und Gewerkschaften".
Scherper nog formuleerde hij deze opvatting in zijn geschrift van 1908: „Die Kapitalistische Production und das Proletariat" aldus: „Er zijn dus perioden van een langzamere en van een snellere ontwikkeling der kapitalistische wereldproductie. Zoo hadden we in de 2de helft van de 19de eeuw de maatschappelijke depressie, die zich op elk gebied deed gelden, en hebben we thans een nieuwe „Sturmen Drang-periode" van de kapitalistische ontwikkeling, die met den industrieelen opbloei der 9oer jaren begon. Of we echter een langzame of wel snellere kapitalistische productie-ontwikkeling hebben, de wet dezer ontwikkeling blijft dezelfde, slechts haar graad en haar snelheid veranderen."
Van Gelderen heeft Parvus' opvatting voor de perioden: 1850 '73,
I873—'95 en de jaren volgende op 1895 aan de feiten getoetst en gevonden, dat 1850—'73 een „springvloed-periode" was, 1873—'95 daarentegen een nieuwe „eb-periode", terwijl met 1895 wederom een nieuwe „Sturm- und Drang-periode" inzette.
Op het einde van zijn zoo belangrijke studie („Nieuwe Tijd" 1913, blz. 452 enz.) meent Van Gelderen te kunnen constateeren, dat bijna allen economen, zoowel burgerlijken als socialistischen, deze eigenaardige „aan het kapitalisme inherente periodiciteit" ontgaan is.
Deze meening is echter onjuist. Ik zal hier als inleiding tot hetgeen ik te zeggen heb, aanhalingen geven van drie economen, die allen toevalligerwijze, evenals Van Gelderen, in het jaar 1913 op deze periodiciteit hebben gewezen.
De socialistische gids; maandschrift der Sociaal-Democratische Arbeiderspartij jrg 6, 1921, no 1. Geraadpleegd op Delpher op 16-01-2022, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=dts:6002:mpeg21:0001