Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BETEEKENIS VAN DE MIDDENGROEPEN IN DEN STRIJD VOOR HET SOCIALISME

DOOR S. DE WOLFF

Wat is een klasse?

ONDER middengroepen verstaat men gewoonlijk de groepen, staande tusschen de kapitalistische en de arbeidersklasse, welke twee met die der grondbezitters, de klassen der moderne op de kapitalistische productiewijze berustende maatschappij vormen.

Men heeft dikwijls de beginregels van Marx' opvatting geciteerd om* trent het wezen der klassen, welke ons slechts fragmentarisch bekend is uit het 3e deel van Das Kapital — immers na vijf alinea's wordt ons medegedeeld: „Hier bricht das Manuscript ab" — en welke beginregels luiden: „De eigenaars van enkel arbeidskracht, de eigenaars van kapi; taal, en de grondeigenaars wier respectieve bronnen van inkomen arbeid, winst en grondrente zijn, dus de loonarbeiders, de kapitalisten en de grondbezitters vormen de drie groote klassen der moderne, op de kapitalistische productiewijze berustende maatschappij."

Jammer genoeg, gaat men met citeeren gewoonlijk niet verder. Want dan zou onmiddellijk gebleken zijn, dat de dogmatische Marx niet ab leen geen „marxist", maar zelfs niet dogmatisch was. Want de tweede alinea vangt aldus aan: „In Engeland is, dit staat vast, de moderne maatschappij in hare economische groepeering het verst, op de meest klassieke wijze, ontwikkeld. En toch treedt zelfs hier die klassengroe; peering niet zuiver naar voren. Middengroepen en overgangsvormen verdoezelen ook hier (hoewel op het land onvergelijkelijk minder dan in de steden) overal de grensbepalingen".

Marx vergat derhalve ook geen oogenblik, dat er middengroepen bes staan, dat nergens de grenzen scherp te trekken zijn, maar hij begreep tevens, dat bij het wetenschappelijk onderzoek in ons denken toch die grenzen getrokken dienen te worden.

Hij wilde de vraag beantwoorden: „Was bildet eine Klasse", „wat maakt het wezen van eene klasse uit". En bij de beantwoording van die vraag kon hij voortbouwen, op hetgeen de klassieke burgerlijke econo* men hem hadden geleerd. Zoo schreef reeds Adam Smith op het eind van het eerste boek van de Wealth of nations: „Het geheele jaarproduct van grond en arbeid van ieder land, of, wat op hetzelfde neerkomt, de geheele geldopbrengst van dat jaarproduct, valt in drie deelen uiteen: grondrente, arbeidsloon en kapitaalwinst en vormt aldus een inkomen

*) Prae»advies voor de S.V.M.V. in de jaarvergadering van 11 November 1934 te Amsterdam.

716

Sluiten