Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TRAGEDIE DER VERGISSINGEN

(EEN ANTWOORD AAN J. VAN GELDEREN) DOOR S. DE WOLFF

IV. (Slot)

De Cyclus.

ALS theoretische inleiding tot de conjunctuurstudie wordt in mijn boek Het Economisch Getij de grootte der productie onder het kapitalisme uitgebreid behandeld. In zijn critiek hierop begint Van Gelderen met den volgenden veeL belovenden aanvang:

„Von Böhm-Bawerk gaat uit van de stelling, dat bij de opstelling van een schema, dat dienen moet om de maximumwinst te vinden, die bij een bepaald loon en een bepaalde productieperiode kan worden behaald, voorondersteld dient te worden, dat alle kapitaal en alle arbeid elkander op de arbeidsmarkt vinden. K en A zijn constanten. Hij wordt deswege hard gevallen door De Wolff, die hem beschuldigt hiermede blijk te geven de principieele beteekenis van de werkloosheid voor het kapitalisme niet te zien. Nu geeft Von Böhm-Bawerk in zooverre aanleiding tot critiek, omdat hij als oorzaken van werkloosheid alleen noemt „Widerstande und Reibungen" die nu eenmaal „in een samengesteld mechanisme als de op arbeidsverdeeling gegrondveste productie in een groote volkshuishouding nooit geheel ontbreken." (Kap. u. Kap. zins blz. 449) Hierbij verwaarloost hij teveel het conjunctuurverschijnsel, dat door hem in het algemeen onbehandeld werd gelaten, hoewel hij de beteekenis ervan ten volle inzag. Met „Widerstande und Reibungen" zijn de conjunctuur veroorzakende krachten onvoldoende aangegeven en erkend moet worden, dat periodieke werkloosheid een der meest opvallende, en sociaal meest vérstrekkende, gevolgen van den cyclus is."

Maar dan komt wederom de terugtocht naar Böhm=Bawerk of liever zooals verder blijken zal, voornamelijk naar Clark. Onmiddellijk volgt op de boven geciteerde woorden de volgende passage: (blz. 665)

„Maar voor het probleem, dat Von Böhm-Bawerk zich stelde, was hij volkomen gerechtigd om zoo te handelen. Immers zijn opgave is in wezen een statische: alle hoofdfactoren: kapitaal en arbeid, de productiviteit der productie-periode, zijn gegeven. Variabel zijn alleen loon en de te kiezen lengte van productieperiode. De vaste punten worden dan: voor het kapitaal de maximumwinst, voor den arbeid het hoogste loon, waarbij de geheele arbeidersklasse door middel van het geheele kapitaal werk vindt gedurende de ingeslagen productieperiode.

In deze constructie conjunctuurelementen op te nemen heeft geen zin en kan slechts vertroebelend werken. Een andere veronderstelling is bij de statiek op een vrije arbeidsmarkt niet mogelijk."

Wederom is hierop te antwoorden: „Autos epha", „zelf heeft hij het gezegd", maar is dit nu een bewijs? 910

Sluiten