Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KIKKIE.

lui" op de gracht bij de brug. Hij had ze in alle kleuren en alle maten, want hij sloeg niets af.

„Misschien is deze je wat te licht, maar de stof is heel goed. Als je ze laat verven, kun je er nog lang pleizier van hebben."

„Asjeblieft, mevrouw!" zei Kikkie, en hij nam een zomerpantalon mee naar huis, zoo licht van kleur, dat zijn vrouw zei: „Die is goed, om onder je andere te dragen; ik zal een stuk van de pijpen afknippen."

Of hij kreeg er een van een zoodanige bandwijdte, als niemand in zijn heele familie in de opklimmende lijn ooit noodig gehad had en waarschijnlijk niemand in de afdalende lijn ooit noodig zou hebben.

„Misschien kan je vrouw die wel innemen?"

„O, zeker mevrouw! Ze is knapper met de naald as ik."

En Bet schudde het hoofd, als hij er mee thuis kwam, en vroeg, wat hij zich op zijn ouden dag wel verbeeldde.

Maar Kikkie hing ze bij de andere, en af en toe verkocht hij er een paar aan een „kleerekoop.," of als het tegen den winter liep, verruilde hij er een stuk of drie tegen een jekker.

Kikkie kon alles gebruiken.

Daarom had hij met leede oogen de eerste kar van „Toevlucht voor Onbehuisden" zien rijden, want die nam ook alles aan, en hij vreesde de concurrentie. Maar de dienstmeisjes bij de brug gaven hèm de voorkeur en alles „van waarde", zooals oude kleeren, schoenen, gebroken speelgoed, dat was voor hèm, en inmaakbussen, papier, sigarenkistjes, dat ging in de mand voor „Toevlucht".

Die dienstboden lieten hem ook nog al eens een stuiver verdienen met kleeden kloppen, en daarom had hij onder zijn krukje altijd een zakje liggen met een mattenklopper en een schuier erin.

Bij drie klanten had hij Zaterdags maar aan te schellen; de kleedjes lagen al klaar en de stuiver ook. Ja, bij die groote lui daar viel nog al eens wat af! Daar had je mijnheer Salm!

Sluiten