is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 4, 1908, 1908

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de bisschoppen te zenden, vragende dat « de bepalingen der 1 nieuwe wet ook van kracht zouden zijn in de gestichten afhangende « van de geestelijkheid. » Maar wat kon men daar van verwachten? Kort nadien, in November 1884, vergoelijkte zelfs de algemeene secretaris van ’t Davids-fonds, Frans De Potter, in zijn blad De Vlaamsche Wacht, het straffen der schoolkinderen te Gent, die in een clericaal gesticht beboet werden, wanneer zij op de speelplaats buiten de schooluren hunne moedertaal spraken (1) .Dit stelsel werd overigens in veel andere gestichten toegepast. Een jaar daarna meldde de Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle (April 1885), dat in ’t hartje van West-Vlaanderen, in het bisschoppelijk college van Mgr. Palet te Roeselare, de leerlingen slechts één enkel uurtje les ter week in de moedertaal kregen, en dan nog in sommige klassen bij middel van het Fransch I Ook dat was nagenoeg de regel overal.

Den 21” April 1885 kwam de vervlaamsching van het vrij middelbaar onderwijs nogmaals ter sprake op de algemeene vergadering van het Davids-fonds te Leuven. De Beucker vroeg zelfs eene Vlaamsche hoogeschool. Kanunnik Antoon Stillemans (nu bisschep van Gent) kwam er tegen Oip en beweerde, dat De Beucker overdreef. De ondervoorzitter, L. Mathot, stelde voor aan de bisschoppen, jezuieten en andere paters nogmaals te vragen in hunne gestichten de wet van 1883 toe te passen. Prof. P. Willems wenschte eene wet, waarbij de kennis der moedertaal voor al de ambtenaren in de Vlaamsche gewesten verplichtend werd gemaakt. Pauwels sprong De Beucker bij. Het nemen van een besluit werd uitgesteld, totdat al de afdeelingen den toestand zouden onderzocht hebben, ieder in hare stad.

Den 7” September 1885 werd te Antwerpen een groote Vlaamsche Landdag door den Nederduitschen Bond bijeengeroepen in den Cirk der Jezusstraat, waar een duizendtal (2) belangstellenden opgekomen waren, meestal studenten van de clericale colleges of van de

(l) Ziehier zijne redeneering : " Ja, de kinderen worden beboet, wanneer zij “tijdens de speeluren Vlaamach spreken; maar wij hebben er volstrekt niets tegen. Het wordt gedaan om op de goede uitspraak der kinderen te letten en hen gemeen“ zaam te maken met eene menigte Fransche woorden en spreekwijzen, welke nooit in “ de klasse ten berde komen. „

(2) Het is het cijfer opgegeven door Max Booses, alsdan correspondent van De Uotierdamséhe Courant. Clericale bladen spraken van 2000.