is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 9, 1913, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Dood.

Tusschen Senlis en Crépy-en-Valois, in ’t blakke bloote dal van de l’Oise, een slag van Fransch Veurn-Ambacht, met dat verschil dat er de grond in zachte golvingen heft en daalt allerwegen, als de hoogten en leegten van een overwijden Engelschen hof.

En heel dit blakke bloote is omzoomd tegen den einder, ringsom, met dicht bewassen en eeuwenoude wouden : benoorden «la forêt de Compiègne »; oostwaarts «la forêt de Villers-Cotterêts »; ten zuiden, de bosschen van Ermenonville, met een witte streep in het midden, de zandwoestijn, die honderd hectaren wijd is, en de bosschen van Chantilly; en westwaarts i la forêt d’Hallate. »

Vijftig dorpen hurken daar, met hunne huizen en hofsteden, rond hunne spitsbogige kerken neder, en liggen zoo vereenzaamd te druilen en te droomen, jaar uit jaar in, als kooien zonder vogels en beerden zonder vonken, want er zijn daar geene of bitter weinig kinderen.

In dit blakke bloote al hemel en beeten en luzerne, een zee van groen; al hemel en tarwe en haver, een golvende zee van witrijpende, zwaargeladen hoornaren en haverbellen, die algauw onder de maaiende zeis van den Picard, of de zingezangende pikke van den Belg, of de Fransche moissonneuses-lieuses zullen nederstuiven.

En daarboven een machtig brandende zomerzonne, die haar vuurmonden openzet en lucht en aarde stooft en braadt als in een oven; vijf en dertig kerven in de schaduw en vijf en vijftig in het blakende akkerveld.

Ik stappe daar in het heetste van den dag acht kilometers verre, van Fresnoy-le-Luat, over Duey naar Baron.

Ik ontmoet geen levend hert. Het zweet berst en stroomt bij beken langs mijn lijf. De witte kiezel wentelt en slingert, berg op en berg neer, en slaat mij blind. De kalkachtige grond weerkaatst de gloeiende hitte in mijn gezicht. Geen vogel waagt het uit te vliegen en de brandende lucht te doorklieven, ’t Is er zoo doodsch als in de Saharah-v/oestijn, zoo stil als in een graf. De gruwelijke hitte heeft menschen