is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 9, 1913, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terd-herboren geluk. En met die vreugdevolle herrijzenis ontzwachteiden ook weer zijn oude, optimistische gevoelens, en ’t was of hij nu krachtiger fleurde in de luisterrijke jonkheid van zijn leven, of het uitzicht der dingen aanlokkelijker scheen, of de wereld rondom hem verruimde en uitzette en alles tintelde van jeugdig licht en baarlijk goud. De dagen renden voorbij, spoedig nu en ze geleken Paul, in hun aaneengeschakelden rits, lijk de vroolijke optocht van een militaire taptoe bij den aanvang van een onvergankelijk-feestvierende, wederlandsche kermis! Opgeruimd dompelde hij zich in zijn dagelijkschs beslommeringen, en in zijn hart vedelde er voortaan een liedeken van onbevroedbaar verlangen...

« Hoe mooi zoo ’n zonsondergang, » beweerde Paul, zich neigend naar Fanny, die nog immer staarde naar den veelvoudigen wolkenbrand... Ze antwoordde niet, nog onder den indruk van het overheerlijke hemelvizioen... De avond was allentwege neergeteemsd... als een zwart-gesluierde weduwe, die met wijden worp over al de dingen rouw gezwierd had. Fanny sloot met tastende hand het raam. Vervolgens zich wendend tot Paul, murmelde haar ontroerde stemme : « ’t Geleek net een babylonische stad die vlamde ! » In het blinkende, bedauwde safier harer mooie oogen zag Paul zijn eigen beeltenis weerspiegeld.

« Melieve, » fluisterde hij diep-innig en haar Jocondehoofdje teederlijk tot zich trekkend, lei hij een zachten zoen op het matte robijn van haar lipjes...

-- « Smakelijk! » klonk het ergens, plezierig-weg...

’t Was papa, die juist in de roze-schemerige lijst der dubbele verandadeur verscheen, met een schelmschen glimlach om zijn gefriseerde snor en een grooten, witten bloemenruiker in de vooruitgestoken handen.

Fritz Francken.

Januari 1913.