is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 9, 1913, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijnen dood, in 1833. Daartusschen maakte hij nog eene reis naar Rome, waar hij te vergeefs eene passende bezigheid poogde te vinden. De vroeger door het beste gezelschap gezochte kunstenaaar werd hoe langer hoe meer verlaten en eenzaam. Het was een tijd van klimmende ellende, maar ook van een verbazenden, ononderbroken arbeid, leder jaar brengt eene kostelijke vrucht van zijn dichtergenie; te gelijker tijd schildert, toekent, beitelt en snijdt hij.

In de jaren 1856-59 schrijft hij het geweldig dichtepos Quidam, benevens het prozawerk Zwarte Bloemen; dan het gedicht De Mensch en de Witte Bloemen; in 1857 eene breed aangelegde verhandeling Over de Kunst en een satirisch gedicht in brievenvorm. In de jaren 1860-66 ontstaat de lyrische cyclus Vademecum, benevens de heerlijke voorlezingen over Slowacki; in de jaren 1862-64 het dramatisch gedicht De Tooneelspeler, de rhapsodie Fulminant en De Beschaving; in het jaar 1865 De Danseres on het geweldig, geniaal gedicht Chopins Klavier. De jaren 1866-69 zijn weer aan dramatischen arbeid gewijd, waaronder de prachtige rhapsodie Van de Vrijheid des Woords.

Gedurende de stormachtige jaren schijnt de dichter zich van de grauwe werkelijkheid te hebben afgekeerd : hij vertaalt Homerus. Deze vertaling is het beste wat op ’t gebied van Homerusvertalingen geleverd werd.

In zijne teruggetrokkenheid schijnt de dichter over de werkelijkheid, die om hem heen laaide en voor de geschiedenis van Europa belangrijke gevolgen had, veel te hebben nagedacht : getuige daarvan zijn essai Philosophie de la Guerre. In het jaar 1872 begint Norwid zijn geniaal dramatisch gedicht Kleopaira, misschien het machtigste en beste dat Norwid geschreven heeft. De gang van het drama is van een majestatischen, overweldigenden rhythmus. Buiten dit hoofdwerk werden in de jaren 1872-78 eene gansche reeks kleine gedichten, essais en philologische brochures geschreven.

Deze tijd van machtige scheppingskracht is de tijd van eene steeds onverbiddelijk dreigende armoede, van eene steeds grooter vereenzaming des dichters.

In het jaar 1877 ziet Norwid zich genoodzaakt zijne toevlucht te nemen tot het armenhuis. En hier werkt hij nog zes jaar lang met onverstoorbare geesteskracht voort. Tusschen 1871 en 1881 ontstaan de volgende werken : Ad Leones, de prachtige satire uit het kunstenaarsleven ; dan de humorvolle, glansrijke novelle : Het Geheim van Lord Singelworth, eene eeuwig aktueele klauw tegen de Lex-Heinzevereerders van alle tijden, verrukkelijk in hare moedwillige onversaagdheid; en verder de Laatste der Fabelen, vol liefde voor ieder schepsel. In het jaar 1882 wordt het wijze Zwijgen gedicht en in 1883