is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 13, 1924-1925, 1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar ook politiek geeft Ue Compagnie aldus ’t bewijs van zijn naderend insolventschap. De dagen van ’t Hollands bewind in Zuid-Afrika zijn trouwens geteld. In 1795 verschijnt ’n Engelse vloot voor Kaapstad en, na ’n korte tegenstand, wordt de Kaapkolonie in naam van George 111 in bezit genomen. Wel is waar wordt het Hollands gezag weer voor ’n paar jaar hersteld (1803- 1806, de periode van de Bataafse Republiek), maar in 1806 gaat de Kaapkolonie definitief over in handen van Groot Brittanje.

Gedurende de eerste periode van het Engelse bewind wordt min of meer dezelfde politiek, of liever, gebrek aan jjolitiek, tegenover de naturellen aan de Oostgrens gevolgd, als door de nu ontbonden Compagnie. Wel worden, bij ’n hernieuwde inval in 1799, commando’s opgeroepen en versterkt door Engelse troepen, maar zodra de vijand verslagen is, wordt ’n vrede gesloten, waarbij de Kaffers vergunning krijgen aan de Westkust van de Visrivier te blijven wonen mits zij zich verder rustig gedragen. Het onvermijdelik gevolg is, dat de hele Oostgrens feitelik onbewoonbaar wordt voor blanke kolonisten en deze geleidelik moeten terugvallen en hun hoeven in de steek laten. De verwatenheid van de roofzuchtige Kosas wordt nu zo groot dat ze in 1819 ’n gedetermineerde aanval wagen op de militaire post van Crahamstown, enkele mijlen West van de Visrivier. Het kleine garnizoen slaagt er echter in de dichte Kafferdrommen met groot verlies terug te slaan en, met ondersteuning van Boerencommando’s en hulptroepen uit de Kaap, ze in wanorde voor zich uit te drijven in Oostelike richting, tot over de Visrivier en verder tot over de Keiskamma. Deze maal neemt de regering, onder de energieke Ch. Somerset, ’n manmoedig besluit: tussen de Visrivier en de Keiskamma zal voortaan ’n eeStraal gebied vormen, waar noch blanken noch Kaffers zich mogen vestigen, ’n echt « niemands land » (1819).

In de praktijk zou deze maatregel al spoedig blijken ’n halve maatregel te zijn. Noch de blanken, noch de Kaffers storen zich aan ’t regeringsverbod en zoeken de weivelden van ’t neutrale gebied op, waar ’n onvoldoende militaire bezetting hen niet beletten kan gedurig met elkander in botsing te komen. In 1835 breekt opnieuw oorlog uit, nadat niet minder dan 20.000 Kaffers plunderend, moordend en brandend de kolonie zijn binnengedrongen. De toenmalige goeverneur, Sir Benjamin d’Urban, was echter