Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dit punt in een rechte lijn naar het station der Nederlandsche Spoorwegen te Mook tot waar deze lijn de grens tussen de provinciën Gelderland en Limburg snijdt.

Artikel II

In artikel 2, onderdelen a tot en met ƒ, van het Koninklijk besluit van 7 Juni 1864, Stb. 60, tot vaststelling van de loop der liniën van toezicht in Limburg, en wijziging van die liniën in Gelderland en Noord-Brabant, wordt de aanwijzing van de loop der linie van toezicht volgens artikel 177 der Algemene Wet in de provinciën Limburg en Noord-Brabant langs de grens tussen Nederland en Duitsland vervangen door de volgende:

a. Van het punt waar de rechte lijn tussen het punt van samenkomst van de Bieselsebaan en de spoorbaan Nijmegen—Groesbeek, en het station van de Nederlandsche Spoorwegen te Mook de grens tussen de provinciën Gelderland en Limburg snijdt, in een rechte lijn naar het station der Nederlandsche Spoorwegen te Mook; vandaar in een rechte lijn naar de Spoorbrug op de Noordelijke oever van de rivier de Maas te Mook; vervolgens de rivier de Maas overstekende in Zuid-Zuidoostelijke richting tot het punt gelegen op de veerweg van de rivier de Maas te Katwijk op 50 meter afstand bewesten de linkeroever van genoemde rivier, en vandaar tot aan het veer te Buggenum op 50 meter afstand bewesten de linkeroever der rivier de Maas, de oever gerekend tot zover als een veerpont of roeitboot kan aanleggen;

b. van het veer te Buggenum dwars over de Maas, naar het voetpad lopende tot aan Mijnheerkenshof; van daar volgende de grensscheiding der gemeenten Roermond en Maasniel tot aan de windmolen gelegen links van de Rijksweg van Maastricht op Nijmegen; vervolgens de nieuw aangelegde spoorweglijn tot in de richting van de Roermondse kapel en verder de provinciale weg van Roermond op Posterholt tot tegen de Linderweg onder de gemeente Melick Herkenbosch, welke weg gevolgd wordt tot op de Melickerstraat, gaande van daar tot tegen het Metselaarssteegje, volgende dat steegje tot tegen de veeweide en verder langs die veeweide over de weg genaamd „langs Karparsche veeweide” tot op de Ohe-weg, waarna deze weg gevolgd wordt tot tegen de Roer en dan de Roer tot aan de brug te St. Odiliënberg; vandaar weder over de gemelde provinciale weg tot in het dorp St. Odiliënberg tegen de straat, genaamd Eindervarenstraat, langs de huizing sectie C no. 726 en 727, eigendom van Jozef Ignatius Heyligers, en volgende langs het huisje van Renier Peters, sectie C no. 1080, de veestraat tot aan de veldweg, genaamd Schinderskuil, die gevolgd wordt tot een mestweg, genaamd Heijerwegske, en gaande over dit wegske en de kiezelweg van St. Odiliënberg naar Linne tot tegen de scheiding dezer twee gemeenten; van dit punt in een rechte lijn naar de meest Zuid-

Sluiten