Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

WET vart 20 December 1951, houdende aanwijzing van de middelen tot dekking van de uitgaven, begrepen in de Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 126 der Grondwet de middelen tot dekking van alle uitgaven des Rijks, in de algemene begrotingen begrepen, door de wet moeten worden aangewezen en dat de inrichting der Middelenwet moet geschieden met inachtneming van de bepalingen der Comptabiliteitswet (Staatsblad 1927, no. 259);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Ter goedmaking van de uitgaven, begrepen in de algemene begroting voor het dienstjaar 1952, zullen over dat jaar worden gebezigd de middelen en inkomsten hierna omschreven, te weten:

TITEL A. GEWONE DIENST HOOFDSTUK I Huis der Koningin Artikel 1 Ontvangsten met betrekking tot het Huis der Koningin.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 51/52, 2300; Hand. II 51/52, bladz. 449; Bijl. Hand. I 51/52, 2300; Hand. I 51/52, bladz. 55.

Sluiten