Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

No. 583

WET van 21 December 1951, houdende nadere wijziging van de begroting van inkomsten en uitgaven van het provinciefonds voor het dienstjaar 1950.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzakelijkheid is gebleken van een wijziging van de begroting van inkomsten en uitgaven van het provinciefonds voor het dienstjaar 1950, vastgesteld bij de wet van 3 Maart 1950 (Staatsblad no. K 59), zoals deze is gewijzigd bij de wet van 12 October 1950 ( Staatsblad no. K432);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Het hierna vermelde artikel van de begroting van uitgaven van het provinciefonds voor het dienstjaar 1950 wordt verhoogd als volgt:

TITEL A. GEWONE DIENST wordt ver- en mitsdien Artikel hoogd met: gebracht op: 1 Uitkeringen aan provinciën, als bedoeld in artikel 126undevicies der provinciale wet, alsmede voorlopige uitkeringen te dezer zake ......ƒ 5 655 850 ƒ 28 500 000 Artikel II Ten gevolge van het bepaalde in het voorgaande Artikel van deze wet wordt: verhoogd en mitsdien \ met: gebracht op: de Gewone dienst .........ƒ 5 655 850 ƒ 30 550 770

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 51/52, 2354; Hand. II 51/52, bladz. 771; Bijl. Hand. I 51/52, 2354; Hand. I 51/52, bladz. 92.

Sluiten