Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De afdelingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden gesplitst in onderafdelingen. 3. Het register wordt gehouden door de Bank. De Bank kan, na daartoe machtiging van Onze Minister van Financiën te hebben verkregen, bepalen, dat een afdeling of een onderafdeling van het register onder haar toezicht door een ander orgaan wordt gehouden. 4. De inschrijving van ondernemingen en instellingen in het register en de doorhaling van inschrijvingen geschieden door of in opdracht van de Bank. 5. Inschrijving van een onderneming of een instelling in meer dan een afdeling van het register vindt niet plaats. 6. De inschrijving van ondernemingen of instellingen, die hebben opgehouden credietinstelling te zijn, wordt doorgehaald.

Artikel 3

1. Behoudens het bepaalde in het tweede lid, worden in de eeiste afdeling van het register alle handelsbanken ingeschreven. In deze afdeling worden mede ingeschreven centrale instellingen, door een groep van credietinstellingen in het leven geroepen, voorzover deze centrale instellingen zelf het bedrijf van een credietinstelling uitoefenen.

2. Handelsbanken, die niet beschikken over een bedrag aan eigen middelen, gelijk aan of hoger dan een door Onze Minister van Financiën, de Bank gehoord, vast te stellen bedrag, worden niet in de eerste afdeling van het register ingeschreven. Bij de vaststelling van dit bedrag wordt bepaald wat voor de toepassing van dit artikel onder eigen middelen zal worden verstaan; zulks kan naar gelang van de onderscheidene rechtsvormen, waarin de handelsbanken haar bedrijf uitoefenen, op verschillende wijze geschieden. Het door Onze Minister van Financiën vast te stellen bedrag kan niet hoger zijn dan honderdduizend gulden.

3. De inschrijving van handelsbanken, welke niet meer beschikken over een bedrag aan eigen middelen, dat voldoet aan het in het tweede lid gestelde vereiste, wordt doorgehaald.

4. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid worden handelsbanken die bij het in werking treden van dit artikel bestaan, doch niet beschikken over een bedrag aan eigen middelen, dat voldoet aan het in het tweede lid gestelde vereiste, op haar verzoek in de eerste afdeling van het register ingeschreven. Een zodanige inschrijving wordt doorgehaald indien de eigen middelen niet binnen twee jaren na de inschrijving tot het bedrag, bedoeld in het tweede lid, zijn opgevoerd.

5. In de tweede afdeling van het register worden, behoudens het bepaalde in het eerste lid, alle landbouwcredietbanken ingeschreven.

6. In de derde afdeling van het register worden alle algemene spaarbanken ingeschreven.

Sluiten