Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

a. nadere wijziging van het Koninklijk besluit van 8 November 1947 (Stb. H 364) (nadere vaststelling algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 115, eerste lid, der Pensioenwet 1922 fStb. 240)); b. wijziging van het Koninklijk besluit van 24 Augustus 1948 (Stb. 1 389) (vaststelling algemene maatregel van bestuur regeling uitbetaling pensioenen land- en zeemacht). BESLUIT van 4 Maart 1952, houdende:

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Oorlog, van Marine en voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen van 11 October 1951, No. 8193, Hoofdafdeling Overheidspersoneelszaken, afdeling Pensioenen en Wachtgelden;

Gelet op artikel 115, eerste lid, der Pensioenwet 1922 ( Staatsblad No. 240) op de artikelen 60, zesde lid, van de Pensioenwet voor de zeemachtl922 en van de Pensioenwet voor de landmacht 1922, op de artikelen 46 van de Pensioenwet voor het personeel der Koninklijke marine-reserve 1923 en van de Pensioenwet voor het reserve-personeel der landmacht 1923, alsmede op artikel 5 der Pensioenwet voor de vrijwilligers bij de landstorm 1925;

De Raad van State gehoord (advies van 6 November 1951, No. 38);

Gezien het nader gemeenschappelijke rapport van Onze voornoemde Ministers van 21 December 1951, No. 11024, Hoofdafdeling Overheidspersoneelszaken, afdeling Pensioenen en Wachtgelden;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In het Koninklijk besluit van 8 November 1947 (Staatsblad No. H 364), gewijzigd bij Ons besluit van 17 September 1948 ( Staatsblad No. I 421), worden de volgende wijzigingen aangebracht;

Sluiten