Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ministerie onder bijvoeging van f 0,50 voor de kosten, indien het strekt tot ontvangst van pensioenen, waarvan het jaarlijks bedrag een som van f 600,— te boven gaat, en met verzoek het na legalisatie te zenden aan de Pensioenraad.

III. In artikel 4, tweede lid, eerste volzin, worden de woorden „in het buitenland” vervangen door „buiten het Rijk in Europa”.

IV. Na artikel 4 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5

1. De gepensionneerde is gehouden van iedere wijziging van zijn adres terstond mededeling te doen aan de Pensioenraad.

Wanneer de gepensionneerde in een vreemd land is genaturaliseerd, dan wel zonder Onze toestemming zich in vreemde krijgsdienst heeft begeven of een openbare bediening heeft aangenomen, hem door een vreemde Regering opgedragen, is hij gehouden ook daarvan terstond mededeling te doen aan de Pensioenraad.

2. De weduwe, aan wie een pensioen is verleend en die is hertrouwd, is gehouden van de datum van voltrekking van dit huwelijk terstond mededeling te doen aan de Pensioenraad.

3. De wees, het pleegkind of het kind, aan wie een pensioen is verleend en die in het huwelijk treedt, is gehouden van de datum van voltrekking van dit huwelijk terstond mededeling te doen aan de Pensioenraad.

V. De artikelen 5 en 6 worden hernummerd in onderscheidenlijk 6 en 7.

VI. In artikel 6 (nieuw) worden de woorden „Wederopbouw en Volkshuisvesting” vervangen door „Verkeer en Waterstaat”.

Artikel 2

In het Koninklijk besluit van 24 Augustus 1948 (Staatsblad No. I 389) worden de volgende wijzigingen aangebracht:

I. Artikel 5 wordt gelezen als volgt:

„De gepensionneerde, die buiten het Rijk in Europa woonachtig is, is gehouden in het begin der eerste maand van elk kwartaal aan de Minister een bewijs van in-leven-zijn te zenden, waarin plaats, jaar en datum van geboorte zijn vermeld.

Indien de gepensionneerde desgevraagd heeft verklaard geen naturalisatie in een vreemd land te hebben verkregen, geen vreemde adeldom te hebben aangenomen, zich niet zonder toestemming van de Kroon in vreemde krijgsdienst te hebben begeven of een ordeteken, titel, rang, waardigheid of openbare bediening te hebben aangenomen, door een vreemde mogendheid of regering verleend of opgedragen, en degene, die het bewijs opmaakt geen reden heeft aan de

Sluiten