Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

No. 116

WET van 8 Maart 1952, houdende nadere wijziging van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Zuiderzeefonds voor het dienstjaar 1950.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzakelijkheid is gebleken van een wijziging van de begroting van inkomsten en uitgaven van het Zuiderzeefonds voor het dienstjaar 1950, vastgesteld bij de wet van 23 Maart 1950 ( Staatsblad no. K 96), zoals deze is gewijzigd bij de wetten van 7 Juni 1950 ( Staatsblad no. K 215) en 18 Juli 1951 (Staatsblad no. 299) en bij Ons krachtens artikel 24 der Comptabiliteitswet (Staatsblad 1927, no. 259) uitgevaardigd besluit van 15 September 1951 (Staatsblad no. 424);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

De hierna vermelde artikelen van de begroting van uitgaven van het Zuiderzeefonds voor het dienstjaar 1950 worden verhoogd als volgt:

TITEL A. GEWONE DIENST

wordt ver- en mitsdien hoogd met: gebracht op :

AFDELING I. ZUIDERZEESTEUNWET.

Artikel

1 Personeelsuitgaven Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet . . ƒ 6 000 ƒ 57 100

AFDELING II. ZUIDERZEERAAD.

10 Personeelsuitgaven.......... 1 050 8 750

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. 11 51/52. 2343: Hand. 11 51/52, bladz. Bijl. Hand. I 51/52, 2343; Hand. I 51/52, bladz. 1488; 369.

Sluiten