is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1952, no. 101-200, 01-01-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. „geneeskundige autoriteit”: de chef van de geneeskundige dienst der zeemacht, dan wel de inspecteur van de geneeskundige dienst der Koninklijke landmacht, naar gelang het een militair of gewezen militair der zeemacht dan wel der landmacht betreft;

c. „militair geneeskundig onderzoek”: een onderzoek naar het bestaan van ongeschiktheid voor de waarneming van de militaire dienst, of naar het ontstaan, de aard en de gevolgen van verwonding, verminking, ziekten of gebreken, welke aanleiding zouden kunnen geven tot het verlenen of wijzigen van een militair pensioen, dan wel naar het ontstaan, de aard en de gevolgen van een tijdelijke ongesteldheid, op grond waarvan een officier der landmacht op nonactiviteit gesteld of diens nonactiviteit verlengd zou kunnen worden.

Artikel 2

Een militair geneeskundig onderzoek en een herhaald militair geneeskundig onderzoek vinden plaats krachtens lastgeving van de geneeskundige autoriteit in opdracht van Onze Minister.

Artikel 3

1. Een militair geneeskundig onderzoek alsook een herhaald militair geneeskundig onderzoek worden ingesteld door een commissie.

2. De commissie bestaat uit ten minste drie militair-geneeskundigen of oud-militair-geneeskundigen. Aan de commissie kunnen een of meer burgergeneeskundigen-specialist als adviserend lid worden toegevoegd.

3. De aanwijzing van de voorzitter, tevens lid, de andere leden en de adviserende leden van een commissie geschiedt door of namens de geneeskundige autoriteit.

4. Ten aanzien van de samenstelling van een commissie voor een herhaald militair geneeskundig onderzoek geldt, dat:

a. niet als lid kan worden aangewezen de geneeskundige, die aan het onderzoek in eerste aanleg heeft deelgenomen;

b. zo mogelijk een hoofdofficier als lid wordt aangewezen;

c. de leden niet hoger of ouder in rang behoeven te zijn dan die van de commissie voor het onderzoek in eerste aanleg;

d. als lid of adviserend lid moeten worden aangewezen een of meer specialisten op het gebied van de verwonding, verminking, ziekten of gebreken, waaraan de militair of gewezen militair is lijdende bevonden bij het onderzoek in eerste aanleg.

Artikel 4

1. De geneeskundige autoriteit bepaalt waar de commissie zitting houdt.

2. Indien de te onderzoeken militair of gewezen militair door zijn toestand verhinderd is te verschijnen ter plaatse, waar de commissie zitting houdt, is de voorzitter bevoegd te bepalen, dat het onderzoek