Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

No. 203

WET van 23 April 1952, houdende vaststelling van het Vierde Hoofdstuk der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952. (Departement van Justitie.)

Wij JULIANA, bu de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 126 der Grondwet de algemene begrotingen van de uitgaven des Rijks door de wet moeten worden vastgesteld en dat de inrichting dier begrotingen moet geschieden met inachtneming van de bepalingen der Comptabiliteitswet ( Staatsblad 1927, No. 259);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Hoofdstuk IV der begroting van uitgaven des Rijks voor het dienstjaar 1952, betreffende het Departement van Justitie, wordt vastgesteld

als volgt: TITEL A. GEWONE DIENST........ƒ 127313280 TITEL B. BUITENGEWONE DIENST: I. UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER .... 9 741 700 n. KAPITAALSUITGAVEN............. 1 522 700 TITEL A. GEWONE DIENST........... ƒ127313 280 AFDELINGEN: I MINISTERIE................. 4 550 200 II BURGERLIJK EN HANDELSRECHT..... 215 600 III STRAF-, STAATS- EN VOLKENRECHT .... 132 700 IV WETGEVING................. 163 000

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 51/52, 2300; Hand. II 51/52, bladz. 771 t/m 794; 815 t/m 831; 835 t/m 839;

Bijl. Hand. I 51/52, 2300; Hand. I 51/52, bladz. 663 t/m 689 en 693 t/m 712.

Sluiten