Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

No. 234

wet van 2 Mei 1952, houdende vaststelling van het Vijfde Hoofdstuk der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952. (Departement van Binnenlandse Zaken.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 126 der Grondwet de algemene begrotingen van de uitgaven des Rijks door de wet moeten worden vastgesteld en dat de inrichting dier begrotingen moet geschieden met inachtneming van de bepalingen der Comptabiliteitswet (Staatsblad 1927, no. 259);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

Hoofdstuk V der begroting van uitgaven des Rijks voor het dienstjaar 1952 betreffende het Departement van Binnenlandse Zaken,

wordt vastgesteld als volgt:

TITEL A. GEWONE DIENST........ƒ 183 403 362 TITEL B. BUITENGEWONE DIENST: I. UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER .... 12472057 II. KAPITAALSUITGAVEN............. 18 121300 TITEL A. GEWONE DIENST........... ƒ 183 403 362 AFDELINGEN: I MINISTERIE................. 4 309 562 II BINNENLANDS BESTUUR.......... 585 500 III FINANCIËN BINNENLANDS BESTUUR . . . . 616 700 IV WETGEVING................. 50 100

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 51/52, 2300; Hand. II 51/52, bladz. 567 t/m 614, 644 t/m 666, 696 t/m 711 en 770;

Bijl. Hand. I 51/52, 2300; Hand. I 51/52, bladz. 766 t/m 773 en 776 t/m 806.

Sluiten