Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

No. 261

WET van 8 Mei 1952, houdende wijziging van de begroting van de Staatsmijnen in Limburg voor het dienstjaar 1950.

Wij JULIANA, bu de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzakelijkheid is gebleken van een wijziging van de begroting van de Staatsmijnen in Limburg voor het dienstjaar 1950, vastgesteld bij de wet van 4 Maart 1950 ( Staatsblad No K 63);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

De hierna vermelde artikelen van de begroting van de Staatsmijnen in Limburg voor het dienstjaar 1950 worden verhoogd als volgt:

AFDELING I

LASTEN EN BATEN DER EXPLOITATIE

Lasten Art. 1 Bedrijfsrekeningen van de koolwinning, briketfabriek, centrales, pompstations, chemische bedrijven, haven, spoorwegbedrijf, steenfabriek Maurits, woningen en diversen ... ƒ 2 Sociale lasten ........................... 5 Algemene onkosten .................. 9 Afschrijvingen ........................ 11 Vennootschapsbelasting 1942 ...... wordt ver- en mitsdien hoogd met: gebracht op: 11 486 113 ƒ 393 073 513 6 741 712 37 600 212 6 966 564 43 535 664 11 770 000 34 000 000 5 000 000 12 000 000

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 51/52, 2463; Hand. II 51/52, bladz. 2159 t/m 2161; Bijl. Hand. I 51/52, 2463; Hand. I 51/52, bladz. 839 t/m 840.

Sluiten