Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinciaal bestuur, wordt door of vanwege dat bestuur de dag van ontvangst op het beroepschrift aangetekend. Op verzoek van degene die het beroep instelt, wordt hem een bewijs van ontvangst, vermeldende de datum van ontvangst, afgegeven of aanstonds toegezonden.

2. Het bestuur van de gemeente waarin de inrichting is gelegen of zou worden opgericht, doet — ingeval het een beroep betreft tegen een beschikking van het provinciaal bestuur: op verzoek van dat bestuur — op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbare kennisgeving geschieden van het ingestelde beroep. Indien de inrichting in meer dan één gemeente of binnen een afstand van 200 m van een andere gemeente is gelegen of zou worden opgericht, verschaft het eerstbedoelde gemeentebestuur tijdig de nodige gegevens aan de besturen der andere betrokken gemeenten, alwaar eveneens gelijktijdig openbare kennisgeving wordt gedaan.

3. Indien het beroep is ingesteld door een ander dan de vergunninghouder of degene die het verzoek om vergunning deed, wordt aan deze aanstonds door het gezag bij wie het beroep is ingediend of, ingevolge het volgende lid, geacht wordt te zijn ingediend, schriftelijk medegedeeld dat het beroep is ingesteld.

4. Indien het beroepschrift, instede van bij het ingevolge deze wet aangewezen gezag, bij Ons is ingediend, wordt het geacht bij dat gezag te zijn ingediend en zulks op de dag waarop het bij Ons is ingekomen.

5. Het gezag dat het beroepschrift in ontvangst heeft genomen of aan wie het van Onzentwege is toegezonden, doet het ten spoedigste — in elk geval binnen een maand na de ontvangst — met de op het beroepschrift betrekking hebbende stukken en vergezeld van zijn advies, toekomen aan Onze Minister.

6. Onze beslissing wordt genomen bij een met redenen omkleed besluit, de Raad van State, afdeling voor de geschillen van bestuur, gehoord.

7. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is niet van toepassing ten aanzien van de beroepen, bedoeld in artikel 28, leden 8 en 9.

HOOFDSTUK IX Van het verstrekken van inlichtingen

Artikel 30

1. De aanvrager der vergunning, de houder der vergunning, alsmede degene die de feitelijke leiding heeft van de werkzaamheden welke in de inrichting worden verricht, zijn verplicht aan de bij of krachtens artikel 33 aangewezen ambtenaren of officieren op eerste aanvrage de verlangde inlichtingen te geven omtrent zaken en feiten, de naleving van deze wet betreffende.

2. De aanvrager der vergunning, de houder der vergunning alsmede degene, die de feitelijke leiding heeft van de werkzaamheden

Sluiten