Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

BESLUIT van 4 Juni 1952, houdende vaststelling van een regeling, strekkende tot het in bepaalde gevallen toekennen van een overbruggingstoelage aan reserve-officieren der Koninklijke landmacht.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de gemeenschappelijke voordracht van Onze Ministers van Oorlog en van Binnenlandse Zaken van 26 Maart 1952, DG La G 98;

Overwegende, dat het wenselijk is regelen te stellen met betrekking tot het toekennen van een overbruggingstoelage aan reserveofficieren van de Koninklijke landmacht, die schriftelijk met het Rijk zijn overeengekomen om voor onbepaalde tijd, doch voor ten minste zes jaren, in werkelijke dienst te komen of te blijven, indien het verblijf in werkelijke dienst wordt beëindigd wegens opheffing van hun betrekking dan wel wegens verandering in de organisatie van het wapen of dienstvak waartoe zij behoren;

Gelet op artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931;

De Raad van State gehoord (advies van 6 Mei 1952, No. 22);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van 23 Mei 1952, DG La B 156;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Aan een reserve-officier van de Koninklijke landmacht, die schriftelijk met het Rijk is overeengekomen om voor onbepaalde tijd, doch voor ten minste zes jaren in werkelijke dienst te komen of te blijven, wordt, indien het verblijf in werkelijke dienst wordt beëindigd, wegens opheffing van de betrekking, welke hij bekleedt, dan wel wegens verandering in de organisatie van het wapen of dienstvak waartoe hij behoort, een overbruggingstoelage toegekend.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde overbruggingstoelage wordt toegekend me t ingang van de dag, volgende op die, waarop voor de officier het

Sluiten