Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijdstip besloten was geen aanslag op te leggen of de opgelegde aanslag was vernietigd. Navordering heeft plaats door het ten kohiere brengen van een nadere aanslag wegens de verhoging.

5. De in het derde en vierde lid bedoelde verhoging van de aanslag in de inkomstenbelasting wordt ingevorderd overeenkomstig de bepalingen, geldende voor de invordering van de inkomstenbelasting en als inkomstenbelasting verantwoord.

6. Voor de toepassing van de bepalingen van het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941 wordt de verhoging evenwel niet als een aanslag of een deel van een aanslag beschouwd.

7. Het bedrag aan door hem zelf verschuldigde premie, dat een werkgever aan de betrokken bedrijfsvereniging of bedrijfsverenigingen zou hebben moeten betalen, indien hem niet de in het eerste lid bedoelde vrijstelling was verleend, komt voor rekening van het Rijk.

8. De arbeider, in dienst van een werkgever, die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid is vrijgesteld van de verplichting tot premiebetaling ingevolge deze wet, is verplicht de door hem verschuldigde premie zelf te betalen. Indien hij aan deze verplichting niet voldoet, is het bestuur der betrokken bedrijfsvereniging bevoegd het bedrag van de nog verschuldigde premie af te houden van de uitkeringen ingevolge deze wet.

9. Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden tevens geregeld de verdere gevolgen, welke aan het verlenen van vrijstelling wegens gemoedsbezwaren zijn verbonden, alsmede de gevallen, waarin de vrijstelling wordt of kan worden ingetrokken en de aan de intrekking verbonden gevolgen.”.

Artikel IX

Artikel 27 der Ziektewet wordt gelezen als volgt:

„Ingeval de arbeider in dienst is van een publiekrechtelijk lichaam) alsmede in de gevallen, bedoeld in artikel 26, worden voor de toepassing van de artikelen 2, 3, 4, 6, 7, 29, 53, lid 1 a, 62, 70, lid 1, en 73, lid 7, de werkzaamheden geacht te worden verricht in een onderneming.”.

Artikel X

Artikel 31 der Ziektewet wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste en het derde lid worden de woorden „den Raad van Arbeid, onderscheidenlijk het bestuur der erkende bedrijfsvereeniging,” vervangen door de woorden „het bestuur der bedrijfsvereniging”.

2. In het derde en het vijfde lid worden de woorden „het bestuur der Rijksverzekeringsbank” vervangen door de woorden „de Social e Verzekeringsraad”.

Sluiten