Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2

1. Wij stellen, op voordracht van Onze Minister-President, het begin van de toestand van verhoogde waakzaamheid of van de burgerlijke uitzonderingstoestand vast en bepalen daarbij voor welk gebied deze toestanden gelden.

2. Het begin van de toestand van verhoogde waakzaamheid en van de burgerlijke uitzonderingstoestand wordt niet op een vroeger tijdstip gesteld dan dat, waarop Onze besluiten, bedoeld in het vorige lid, algemeen bekend zijn gemaakt op de wijze, door Ons te bepalen.

3. Onze besluiten, bedoeld in het eerste lid, worden geplaatst in het Staatsblad.

Artikel 3

De bevoegdheden, welke deze wet aan organen van burgerlijk gezag toekent, worden slechts uitgeoefend voor zover zulks met het oog op de handhaving van de openbare orde, rust of veiligheid naar het oordeel van die organen geboden is.

Artikel 4

1. Wanneer de toestand van verhoogde waakzaamheid of de burgerlijke uitzonderingstoestand is ingetreden, wordt onverwijld een voorstel van wet tot het doen voortduren van die toestand aan de Staten-Generaal gedaan.

2. Is, wanneer Wij een vaststelling, als bedoeld in het eerste lid van artikel 2, hebben gedaan, de zitting der Staten-Generaal gesloten, dan worden zij onmiddellijk door Ons in buitengewone zitting bijeengeroepen.

3. Wordt het voorstel ingetrokken of niet aangenomen, dan nemen Wij, op voordracht van Onze Minister-President, een besluit tot beëindiging van de toestand van verhoogde waakzaamheid of de burgerlijke uitzonderingstoestand, met dien verstande, dat het tijdstip van deze beëindiging niet later mag worden gesteld dan met ingang van de vierde dag na die, waarop de intrekking of het niet aannemen van het voorstel plaats vond.

4. Op Ons besluit, bedoeld in het vorige lid, is artikel 2, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5

1. De toestand van verhoogde waakzaamheid eindigt:

a. wanneer Wij dit, op voordracht van Onze Minister-President, bepalen;

b. indien en voor zover ten aanzien van het betrokken gebied de burgerlijke uitzonderingstoestand, de staat van oorlog of de staat van beleg intreedt.

2. Op Ons besluit, bedoeld onder a van het vorige lid is artikel 2, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing.

Sluiten