Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De verzoeker en de raad kunnen de middelen van cassatie door een advocaat doen toelichten onderscheidenlijk bestrijden. 3. Het openbaar ministerie wordt gehoord. 4. De griffier van de Hoge Raad zendt onverwijld afschrift van de beslissing in cassatie:

a. aan de verzoeker; b. aan de raad; c. aan de rechtbank, bij welke de inschrijving werd verzocht.

Artikel 9

1. De advocaten worden door de griffier op het tableau gesteld op vertoon hunner acte van beëdiging, welke alsdan en daarna telken jare in de maand September door de griffier kosteloos w'ordt geviseerd.

2. Zij, die verlangen niet langer op het tableau te staan, niet meer voldoen aan het in artikel 2 gestelde nationaliteitsvereiste voor inschrijving, als advocaat bij een andere rechtbank ingeschreven worden, enige betrekking verkrijgen, waarmede het beroep van advocaat onverenigbaar is, of hun acte van beëdiging niet binnen de tijd tot het viseren daarvan voorgeschreven, aan de griffier tot dat einde ter hand stellen, worden op hun aangifte of op requisitoir van het openbaar ministerie, de raad gehoord, van het tableau geschrapt.

3. De griffier geeft van de inschrijving of de schrapping binnen acht dagen schriftelijk kennis aan de raad.

4. Gelijke kennisgeving binnen dezelfde termijn geschiedt daarenboven door de griffier bij de rechtbank in het arrondissement ’s-Gravenhage aan de Hoge Raad en het gerechtshof te ’s-Gravenhage en door de griffier bij de rechtbank in een der overige arrondissementen, waarin een gerechtshof is gevestigd, aan dat gerechtshof.

5. Schrapping van het tableau brengt mede verlies van de betrekkingen, waarbij de hoedanigheid van advocaat vereiste voor verkiesbaarheid of benoembaarheid is.

§ 2. Van de bevoegdheden en verplichtingen der advocaten.

Artikel 10

De advocaten oefenen de praktijk uit overeenkomstig de bevoegdheden en vereisten, bij de wetboeken van burgerlijke rechtsvordering en strafvordering en bij de bijzondere wetten en besluiten gegeven en gevorderd, en overeenkomstig deze wet en de daarop berustende verordeningen en besluiten.

Artikel 11

1. Zowel in burgerlijke als in strafzaken hebben de advocaten, bó welke rechtbank binnen het Rijk ook ingeschreven, de bevoegdheid, om als zodanig ook voor alle andere rechterlijke colleges binnen het Rijk op te treden.

Sluiten