Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

het Koninklijk besluit van 21 Juni 1948, Stb. 1 246, houdende nadere regeling betreffende het houden van terechtzittingen van enkelvoudige kamers van enige arrondissements-rechtbanken ook buiten de hoofdplaats van het arrondissement. BESLUIT van 4 Juli 1952 tot wijziging van

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 28 April 1952, 8e Afdeling B, no. 2188;

Overwegende, dat het wenselijk is wijziging te brengen in het Koninklijk besluit van 21 Juni 1948, Stb. 1 246, houdende nadere regeling betreffende het houden van terechtzittingen van enkelvoudige kamers van enige arrondissements-rechtbanken ook buiten de hoofdplaats van het arrondissement;

Gelet op artikel 50 in verband met artikel 34 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie en het Beleid der Justitie;

De Raad van State gehoord (advies van 10 Juni 1952, no. 45);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 30 Juni 1952, 8e Afdeling B, no. P 8000/027;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In het Koninklijk besluit van 21 Juni 1948, Stb. I 246, houdende nadere regeling betreffende het houden van terechtzittingen van enkelvoudige kamers van enige arrondissements-rechtbanken ook buiten de hoofdplaats van het arrondissement, worden de navolgende wijzigingen gebracht:

In artikel 1, aanhef, wordt in de plaats van „de politierechter, de kinderrechter of de bijzondere politierechter, bedoeld in het Besluit berechting economische delicten” gelezen: „de politierechter, bedoeld

Sluiten