Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 4

De minimum-eisen van handelskennis bedoeld in artikel 3 der wet, omvatten voor de kleinhandel in naaimachines:

1. bedrijfsleer:

a. kennis van de wijze van financiering en van het doelmatige beheer van een middenstandsonderneming en van de daarbij in toepassing komende algemene regelen van de bedrijfsleer;

b. kennis van de algemene beginselen van de reclame en van de verkoopkunde;

2. boekhouden:

vaardigheid in het voeren van een eenvoudige administratie volgens de methode van het z.g. uitgebreid enkel boekhouden;

3. rekenen:

vaardigheid in het maken van eenvoudige berekeningen, welke bij de financiering en het beheer van een middenstandsonderneming voorkomen, te weten:

a. hoofdbewerkingen, percent- en interestberekeningen; b. berekeningen in de goederenhandel; c. kostprijs- en rentabiliteitsberekeningen;

4. handelskennis:

a. enige kennis omtrent de organisatie van de handel in het algemeen, alsmede omtrent de gebruiken bij het inkopen en het verkopen van goederen en bij het verlenen van diensten;

b. kennis van het binnenlandse betalingsverkeer; c. enige kennis omtrent het bank- en het credietwezen, in het bijzonder omtrent het middenstandsbankwezen in Nederland; d. kennis van het binnenlandse transport- en verkeerswezen; e. kennis van het verzekeringswezen, voor zover voor een middenstandsonderneming van belang; ƒ. kennis van de organisaties, vertegenwoordigende lichamen en instellingen op het gebied van detailhandel en ambacht;

5. rechts- en wetskennis:

a. enige kennis omtrent het wezen der overeenkomst in het algemeen en omtrent de meest voorkomende overeenkomsten in het bijzonder;

b. enige kennis omtrent de vennootschapsvormen en omtrent het wezen van coöperatieve en andere verenigingen; c. enige kennis omtrent het eigendomsrecht en omtrent pand, hypotheek, preferentie en het recht van terugvordering;