Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Hij wijst in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat ondernemingen en openbare nutsbedrijven aan, ter bescherming waarvan hij bevelen kan geven op de voet van artikel 7.

Artikel 5

1. Wij geven bij algemene maatregel van bestuur gedragsregels en andere voorschriften in het belang van de bescherming van de bevolking.

2. Indien het algemeen belang zulks dringend eist kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken voorschriften, als bedoeld in het vorige lid, geven of reeds bij algemene maatregel gegeven zodanige voorschriften wijzigen, aanvullen of buiten werking stellen. De door Onze Minister gegeven voorschriften worden op de wijze, door hem te bepalen, bekend gemaakt.

3. Binnen drie maanden na de vaststelling van voorschriften, als bedoeld in het vorige lid, worden deze door Ons bevestigd. De bevestiging geschiedt in de vorm van vaststelling van de betreffende voorschriften, al dan niet gewijzigd, bij algemene maatregel van bestuur.

Artikel 6

Onze Minister van Binnenlandse Zaken ziet toe, dat de bescherming van de bevolking en de voorbereiding daarvan naar den eis worden verzorgd.

Artikel 7

1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan in het belang van de bescherming van bedrijven, aangewezen op de voet van artikel 4, tweede lid, bevelen geven aan ondernemingen en openbare nutsbedrijven.

2. Een bevel, als bedoeld in het vorige lid, wordt niet gegeven dan in overeenstemming met Onze Minister wie het mede aangaat en na overleg met de door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen centrale organisaties van ondernemers dan wel, indien het overheidsbedrijven betreft, met de besturen dier bedrijven, tenzij zulks in verband met de vereiste spoed niet kan geschieden. In dit laatste geval wordt van het bevel onverwijld mededeling gedaan aan Onze Minister wie het mede aangaat en aan de aangewezen organisaties of besturen.

Artikel 8

1. Wij kunnen in geval van oorlog, oorlogsgevaar, daaraan verwante of daarmede verband houdende buitengewone omstandigheden op voordracht van Onze Minister-President gelasten, dat de bescherming van de bevolking geheel of ten dele in staat van paraatheid wordt gebracht.

2. Wanneer het in het vorige lid bedoelde besluit is genomen, doen Wij onverwijld een voorstel van wet aan de Staten-Generaal tot het doen voortduren van de staat van paraatheid.

Sluiten