Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 4

1. Ieder, die op de voet van artikel 2, eerste lid, is aangewezen om namens Onze Minister een bevel of bevelen te geven, moet voorzien zijn van een algemene of bijzondere schriftelijke machtiging, waaruit blijkt gedurende welke termijn de lasthebber daartoe bevoegd is.

2. De eis, in het vorige lid gesteld, geldt niet in spoedeisende gevallen, mits de beschikking, waarbij personen zijn aangewezen, die bevoegd zijn namens een Onzer Ministers te gelasten, in de Nederlandse Staatscourant geplaatst of door middel van de radio-omroep bekend gemaakt is.

Artikel 5

1. Indien ingevolge een bevel de rechthebbenden schade lijden, worden zij ten laste van het Rijk schadeloos gesteld overeenkomstig door Ons bij algemene maatregel van bestuur te stellen regelen.

2. De bedragen der schadeloosstellingen worden, zo mogelijk, door of namens Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven, en de in het vorig lid genoemde rechthebbenden in onderling overleg vastgesteld.

3. Aan de rechthebbende, met wie ten aanzien van de schadeloosstelling overeenstemming wordt bereikt, wordt deze terstond tegen kwitantie uitbetaald. Kan de schadeloosstelling niet terstond worden uitbetaald, dan wordt aan de rechthebbende een door hem en door of namens Onze Minister ondertekend bewijs afgegeven, vermeldende:

a. Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven; b. de naam, de voornaam, de hoedanigheid en de woonplaats van de rechthebbende; c. een omschrijving van het in het bevel begrepen goed, alsmede van de strekking van het bevel; d. het overeengekomen bedrag der schadeloosstelling; e. degene, die het bedrag der schadeloosstelling zal uitbetalen.

Artikel 6

1. Aan een rechthebbende, met wie ten aanzien van de schadeloosstelling, geen overeenstemming wordt bereikt, wordt een door of namens Onze Minister, die het bevel heeft gegeven of doen geven, gedagtekend en ondertekend bewijs verstrekt, hetwelk de bedragen vermeldt, die als schadeloosstelling zijn aangeboden, onderscheidenlijk verlangd.

2. De schadeloosstelling wordt alsdan in hoogste ressort vastgesteld door commissiën, welke daartoe door Ons worden ingesteld.

3. De rechthebbende dient bij ongezegeld verzoekschrift zijn vordering tot het bedrag, waarop hij meent recht te hebben, binnen twee maanden, na verzending van het in het eerste lid vermelde bewijs, bij de bevoegde commissie in. Indien de rechthebbende niet binnen