Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevallen uitgezonderd, wordt van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt, dan nadat de belanghebbende schriftelijk is gewaarschuwd.

2. Het personeel van de overtreder is verplicht de diensten te verrichten, welke tot dat doel worden gevorderd door degene, die met de hiervoor genoemde werkzaamheden belast is.

3. Onze Minister kan bij dwangbevel, medebrengende het recht om de goederen van de schuldenaar zonder vonnis aan te tasten, de ingevolge het eerste lid verschuldigde kosten invorderen.

4. Het dwangbevel wordt op kosten van de schuldenaar bij deurwaardersexploit betekend en tenuitvoergelegd op de wijze, bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ten aanzien van vonnissen en authentieke akten voorgeschreven.

5. Binnen 30 dagen na de verzending staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van Onze Minister. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging.

Artikel 9

1. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van ten hoogste honderdduizend gulden wordt gestraft hij die opzettelijk:

a. overtreedt een bevel, als bedoeld in artikel 2; b. overtreedt artikel 2, vierde lid; c. verhindert of belemmert de nakoming van een bevel, als bedoeld in artikel 2 of een maatregel, als bedoeld in artikel 8, eerste lid; d. niet verleent een krachtens artikel 8, tweede lid, van hem gevorderde dienst.

2. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste tien duizend gulden wordt gestraft hij, aan wiens schuld te wijten is:

a. overtreding van een bevel, als bedoeld in artikel 2; b. overtreding van artikel 2, vierde lid;

c. het verhinderen of belemmeren van de nakoming van een bevel, als bedoeld in artikel 2, of van een maatregel, als bedoeld in artikel 8, eerste lid;

d. het niet verlenen van een krachtens artikel 8, tweede lid, van hem gevorderde dienst.

3. Deze feiten zijn misdrijven.

Artikel 10

Indien een feit, strafbaar gesteld in artikel 9, wordt begaan door of vanwege een rechtspersoon, wordt de strafvervolging ingesteld en de straf uitgesproken tegen hem, die tot het feit opdracht gaf of die de feitelijke leiding had bij het verboden handelen of nalaten.

Artikel 11

1. Met het opsporen van de feiten, strafbaar gesteld in artikel 9, zijn behalve de ambtenaren, aangewezen bij artikel 141 van het Wet-