Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. Z 19101

Binnenlands Bestuur, bureau Zuivering

Beroep J. Hooy tegen ontslag als gemeentesecretaris en als ambtenaar van de burgerlijke stand van Krommenie

Diverse bijlagen

’s-Gravenhage, 12 Augustus 1952.

Krachtens verleende machtiging van Uwe Majesteit heb ik bij schrijven van 24 Januari 1952, No. Z. 18844, afdeling Binnenlands Bestuur, bureau Zuivering, bij de Raad van State, Afdeling voor de Geschillen van Bestuur, ter overweging aanhangig gemaakt het beroep, ingesteld door J. Hooy, tegen mijn beschikking van 24 Juli 1946, No. Z 6687, afdeling Binnenlands Bestuur, bureau Zuivering, waarbij hem met ingang van 24 Juli 1946 eervol ontslag werd verleend, als bedoeld in artikel 1, sub a, van het Koninklijk Besluit van 10 October 1945, Stb. F 221, uit zijn functie van secretaris en ambtenaar van de burgerlijke stand der gemeente Krommenie, met toekenning van wachtgeld.

Bij het terzake door de voomoemde Afdeling uitgebrachte advies van 26 Maart 1952, No. 284/1, werd het volgende ontwerp-besluit voorgedragen:

„Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Beschikkende op het beroep, ingesteld door J. Hooy, te Krommenie, tegen de beschikking van de Minister van Binnenlandse Zaken van 24 Juli 1946, No. Z 6687, afdeling Binnenlands Bestuur, bureau Zuivering, waarbij hem met ingang van 24 Juli 1946 eervol ontslag werd verleend, als bedoeld in artikel 1, sub a, van het Koninklijk Besluit van 10 October 1945, Stb. F 221, uit zijn functie van secretaris en ambtenaar van de burgerlijke stand der gemeente Krommenie, met toekenning van wachtgeld;

De Raad van State, Afdeling voor de Geschillen van Bestuur, gehoord, advies van 26 Maart 1952, No. 284/1;

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van

Aan de Koningin.