Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Indien de in het eerste lid bedoelde persoon zich bij het verrichten van de arbeid laat bijstaan door andere personen, worden ook deze andere personen voor de toepassing van deze wet beschouwd hun arbeid te verrichten in dienst van de in het eerste lid bedoelde werkgever. Hetgeen voor de gezamenlijk verrichte arbeid wordt genoten, wordt, voorzover niet blijkt van een andere verdeling, geacht door ieder dergenen, die de arbeid hebben verricht, voor een gelijk deel te zijn genoten.

3. Degenen, die tegen beloning persoonlijk bij algemene maatregel van bestuur aangewezen werkzaamheden verrichten, welke verband houden met of verricht worden ten behoeve van het in de onderneming uitgeoefende bedrijf, worden voor de toepassing van deze wet geacht die werkzaamheden te verrichten in dienst van degene, ten behoeve van wiens onderneming die werkzaamheden worden verricht.

Artikel 3

Voor de toepassing dezer wet wordt als arbeider beschouwd degene, die krachtens de Werkloosheidswet uitkering ontvangt. Het orgaan, dat bedoelde uitkering toekent, wordt als werkgever aangemerkt. De in de eerste volzin bedoelde arbeider wordt geacht op elke dag, waarover hij een uitkering krachtens de Werkloosheidswet ontvangt, een loon te verdienen, gelijk aan het dagloon, waarnaar die uitkering is berekend.

Artikel 4

Degene, die krachtens overeenkomst met een derde tegen genot van zeker loon of provisie regelmatig zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die derde, wordt voor de toepassing van deze wet geacht die arbeid te verrichten in loondienst van die derde, mits hij de vorenbedoelde bemiddeling uitsluitend voor de onderneming van die derde verleent en mits het verlenen dier bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is.

Artikel 5

1. Degenen in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bedrijven, die in de regel voor een werkgever of voor ten hoogste twee werkgevers buiten de werkplaats van de werkgever persoonlijk arbeid verrichten, die verband houdt met het in de onderneming uitgeoefende bedrijf, en die zich daarbij in de regel niet laten bijstaan door meer dan twee andere personen, worden voor de toepassing van deze wet geacht die arbeid te verrichten in dienst van die werkgever, onderscheidenlijk van die werkgevers.

2. Ook degenen, die de vorenbedoelde bijstand verlenen, worden geacht hun arbeid te verrichten in dienst van de in het eerste lid bedoelde werkgever, onderscheidenlijk de in het eerste lid bedoelde werkgevers.

Sluiten