Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienen van hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde kinderen van gelijke leeftijd in staat zijn met arbeid te verdienen.

5. Onze Minister kan met betrekking tot het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid nadere voorschriften geven.

Artikel 20

1. Voor het recht op kinderbijslag over een kalenderkwartaal is beslissend het aantal kinderen op de eerste dag van dit kwartaal. 2. Onze Minister kan omtrent de wijze van vaststelling van het aantal kinderen op een bepaalde datum nadere voorschriften geven.

Artikel 21

1. De kinderbijslag, als bedoeld in artikel 19, eerste en tweede lid, bedraagt voor het eerste kind, voor hetwelk recht op kinderbijslag bestaat, f0,46, voor het tweede kind, voor hetwelk recht op kinderbijslag bestaat, f 0,51, voor het derde kind, voor hetwelk recht op kinderbijslag bestaat, f 0,51 en te rekenen van het vierde kind, voor hetwelk recht op kinderbijslag bestaat, f 0,67 per kind.

2. De kinderbijslag wordt uitgekeerd over iedere dag waarop de arbeider heeft gewerkt of waarover hij zonder te hebben gearbeid in geld vastgesteld loon heeft ontvangen. Indien in een onderneming een verkorte werkweek toepassing vindt, waardoor op Zaterdag of op een andere werkdag niet wordt gewerkt, wordt de Zaterdag of de andere werkdag niettemin als arbeidsdag beschouwd. Indien in een onderneming de arbeider, in ploegendienst werkzaam, uitsluitend tengevolge hiervan op een minder aantal dagen arbeid verricht dan het normale aantal werkdagen, wordt hij gedurende de periode waarin hij door het werken in ploegendienst in beslag wordt genomen, geacht het normale aantal werkdagen van de week arbeid te hebben verricht.

3. Over een kalenderkwartaal wordt echter, in afwijking voorzover nodig van het bepaalde in het vorige lid, over ten hoogste zoveel dagen kinderbijslag uitgekeerd als het bedrag van f 4,40 ten volle is begrepen in het door de arbeider in dat kwartaal ontvangen loon en nooit meer dan over het totale aantal dagen van dat kwartaal verminderd met het aantal Zondagen van dat kwartaal.

4. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede en derde lid worden uitkeringen krachtens een der Ongevallenwetten, de Ziektewet of een andere ziekengeldregeling, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder c, d, e en /, als loon beschouwd. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede en derde lid wordt, voorzover nodig in afwijking van het bepaalde in artikel 12, de geldswaarde van de vacantiebon als loon beschouwd over de dagen waarvoor deze is verstrekt.

Sluiten