Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze Minister van Financiën in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en eventueel in overeenstemming met Onze Ministers van Oorlog en Marine te stellen regelen;

b. voor zover Onze Minister, hootd van liet daarbij betrokken Departement van algemeen Destuur zich deze bevoegdtieid niet neelt vooroehouden, voor alleen bij bepaalde onderdelen van de rijksdienst voorkomende functies, wegens die verolijikosten vergoeding veneend volgens door de hooiden van rijksdiensten, rijksinstellingen en staatsbedrijven voor de onder hen ressorterende functionarissen te stelten regelen, mits niet uitgaande boven de verblijfsvergoedingen, welke voor de in het eerste lid, onder B, bedoelde reizen worden vastgesteld.

6. Over algemeen geldende regelen inzake vergoedingen wegens verblijfkosten wordt overleg gepleegd met de centrale commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

7. Inzake verblijfsvergoedingen, als bedoeld in de tweede alinea van lid 3, in lid 4 en in lid 5, sub b, wordt overleg gepleegd met de eventueel voor het daarbij betrokken dienstvak of onderdeel daarvan ingestelde bijzondere commissie voor georganiseerd overleg of dienstcommissie, bedoeld in artikel 113 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, met de commissiën voor georganiseerd overleg, bedoeld in artikel 105 van het Reglement voor de militaire ambtenaren der Koninklijke landmacht, dan wel met de commissie voor georganiseerd overleg, bedoeld in artikel 98 van het Reglement rechtstoestand militairen zeemacht, alsmede met het in artikel 13 bedoelde centrale orgaan.

Artikel 8

1. In geval een reis is ondernomen van een andere plaats uit en/of terugkerend naar een andere plaats dan de standplaats, wordt vergoeding wegens reis- en verblijfkosten verleend naar de maatstaf, welke de uit een oogpunt van dienstuitoefening werkelijk gemaakte, niet op andere wijze vergoede, kosten het meest nabij komt.

2. Op overnachting berekende verblijfsvergoedingen worden slechts verleend, indien de werkzaamheden tot welker uitvoering het reisplan strekt redelijkerwijze niet in één dagreis kunnen worden volbracht en overnachting buiten de standplaats in het belang is van de voorzetting en de spoedige voltooiing dier werkzaamheden.

3. Vergoeding wegens verblijfkosten wordt niet genoten wanneer de reiziger reeds in een bezoldigde betrekking geacht moet worden te bestemder plaatse te verblijven of wanneer hij te bestemder plaatse zijn woonplaats heeft.

4. Indien uit anderen hoofde van Overheidswege reeds in enigerlei vorm een vergoeding of tegemoetkoming wegens verblijfkosten wordt genoten, mag slechts in rekening worden gebracht het bedrag, waarop ingevolge dit besluit aanspraak bestaat, verminderd met bedoelde vergoeding of tegemoetkoming, berekend over de duur van het verblijf.

Sluiten