Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overwegende, dat uit de stukken blijkt, dat het echtpaar v. d. Hoek— Stoorvogel op 16 October 1944 ten gevolge van een gedwongen evacuatie uit de gemeente ’s-Gravenzande is overgebracht naar de gemeente ’s-Gravenhage;

dat de band, die v. d. Hoek aan de gemeente ’s-Gravenzande bond, dientengevolge was verbroken, zodat deze gemeente niet als woonplaats voor de toepassing van artikel 39 der Armenwet in aanmerking kan komen;

dat evenmin als zodanig in aanmerking kan komen de gemeente ’s-Gravenhage;

dat immers uit de overgelegde stukken blijkt, dat v. d. Hoek, in verband met zijn invaliditeit en de bijzondere omstandigheden, waaronder zijn evacuatie uit ’s-Gravenzande plaats vond, niet in de gelegenheid was zelf elders onderdak te vinden, zodat hij met zijn echtgenote door tussenkomst van de overheid moest worden overgebracht naar het door de overheid geëxploiteerde .verzorgingshuis „Het Kesslerhuis” te ’s-Gravenhage, vanwaar het echtpaar later werd overgebracht naar het verzorgingshuis „De Wouwerman”, eveneens in de gemeente ’s-Gravenhage;

dat onder deze omstandigheden van een zelfstandig vestigen van een hoofdverblijf, als bedoeld in artikel 74 van het Burgerlijk Wetboek, niet kan worden gesproken;

dat v. d. Hoek op 13 Februari 1950, de datum, waarop de rechterlijke machtiging om zijn echtgenote in een krankzinnigengesticht te plaatsen werd aangevraagd, nog steeds verbleef in het verzorgingshuis „De Wouwerman”;

dat mitsdien op 13 Februari 1950 geen woonplaats voor Hendrik v. d. Hoek was aan te wijzen en derhalve ook niet voor zijn wettige echtgenote, de patiënte Neeltje v. d. Hoek—Stoorvogel;

Gezien de Armenwet;

Hebben goedgevonden en verstaan:

te beslissen, dat geen gemeente kan worden aangewezen als de woonplaats van de armlastige krankzinnige Neeltje v. d. Hoek— Stoorvogel voor de toepassing van artikel 39 der Armenwet.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering v an dit besluit, waarvan een afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.”

De Minister van Binnenlandse Zaken had, na overleg en in overeenstemming met zijn toenmalige ambtgenoot van Justitie, beden-

Sluiten