Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VIII

Kleding en uitrusting (artikel 14, onder g, der wet)

Artikel 15

1. Aan door Onze Minister aangewezen noodwachters of groepen van noodwachters worden van Rijkswege werkkleding en uitrustingstukken in bruikleen verstrekt.

2. Onze Minister geeft ten aanzien van de in het vorig lid bedoelde werkkleding en uitrustingstukken nadere voorschriften betreffende:

a. de soort en het aantal;

b. de vervanging.

Artikel 16

1. De noodwachter is gehouden de hem verstrekte werkkleding en uitrustingstukken in goede staat te onderhouden.

2. Hij is op vordering van of vanwege het bevoegd gezag verplicht de hem krachtens het vorig artikel verstrekte goederen aan een inspectie te onderwerpen of op een door of vanwege dit gezag te bepalen tijd en plaats in te leveren.

HOOFDSTUK IX Verlof

(artikel 14, onder h, der wet)

Artikel 17

De volgende artikelen van dit hoofdstuk, met uitzondering van artikel 29, zijn van toepassing op de noodwachter, die, zolang het onderdeel, waarbij hij na inlijving is ingedeeld, in staat van paraatheid verkeert, onafgebroken in werkelijke dienst is.

Artikel 18

Per kalenderjaar wordt aan de noodwachter voor elke maand, gedurende welke hij diensten heeft verricht, met behoud van beloning een dag vacantie-verlof verleend. Indien de noodwachter niet gedurende een volle maand diensten heeft verricht, wordt voor de berekening van het vacantieverlof een periode van zestien dagen of langer voor een volle maand gerekend. De helft van het aantal vacantie-verlofdagen wordt zoveel mogelijk aaneengesloten genoten.

Artikel 19

Aan noodwachters, die bij een gemeentelijke- of kringnoodwacht zijn ingelijfd, wordt, behalve het vacantieverlof, met behoud van beloning gedurende één dag per week verlof verleend. Dit verlof gaat in na afloop van de dienst op de voorafgaande dag en eindigt middernacht op de verlofdag.

Sluiten