Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn dienst, voor zover die schade niet bestaat uit normale slijtage dier goederen.

2. De noodwachter heeft geen aanspraak, als bedoeld in het vorige lid, indien hij terzake van die schade rechten tegenover derden kan doen gelden. Indien de noodwachter zijn rechten tegenover derden aan onderscheidenlijk het Rijk, provincie, gewest, gemeente of kring cedeert, wordt hij voorlopig bij wijze van voorschot in het genot gesteld van het in geld uitgedrukte bedrag der schade.

3. Indien het betreffende in het vorig lid genoemde lichaam terzake van de voornoemde cessie verkregen rechten een burgerrechtelijke vordering instelt, worden de kosten, welke uit het rechtsgeding voor dat lichaam voortvloeien, niet op de noodwachter verhaald.

Artikel 71

1. De noodwachter kan worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de noodwacht of de noodwachtstaf, waartoe hij behoort, geleden schade, voor zover deze aan hem is te wijten. Onder door de noodwacht of de noodwachtstaf geleden schade wordt begrepen schade aan de aan de noodwachter in bruikleen verstrekte goederen.

2. Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld dan nadat de noodwachter in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden.

Artikel 72

Door Onze Minister kan worden bepaald, in welke niet elders voorziene gevallen, schadeloosstelling en vergoeding van kosten zal worden verleend.

Artikel 73

1. Indien een persoon, die hetzelfde perceel bewoont als de noodwachter of ten hoogste veertien dagen tevoren bewoond heeft, lijdende is aan pest, cholera, gele koorts, vlektyphus, febris recurrens of variola major, is het de noodwachter verboden dienst te doen.

2. Indien een persoon, die hetzelfde perceel bewoont, als de noodwachter of ten hoogste veertien dagen tevoren bewoond heeft, lijdende is aan een besmettelijke ziekte van groep B, bedoeld in het tweede lid van artikel 1 van de Besmettelijke Ziektewet 1928 (Stb. no. 265), is het de noodwachter verboden dienst te doen, tenzij uit een geneeskundige verklaring blijkt, dat gevaar voor overbrenging der ziekte niet bestaat. De noodwachter is verplicht bij het waarnemen in het perceel van een ziekte, als in dit of het vorig lid bedoeld, hiervan ten spoedigste kennis te geven aan degene, die aan het hoofd staat van de eenheid of het dienstonderdeel, waartoe hij behoort.

3. Aan de noodwachters kan door of vanwege het bevoegd gezag in geval van ziekten, die voor de omgeving gevaar opleveren, het verrichten van dienst worden verboden.

Sluiten