Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 8

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd ten laste van het Rijk zorg te doen dragen voor genees- en heelkundige behandeling van een noodwachter of diens gezinslid tot een omvang als waarvoor aanspraak op vergoeding zou bestaan.

Artikel 9

1. Indien in het geval, bedoeld in artikel 26, vierde lid, onder d, van de Wet op de noodwachten, de noodwachter, een gezinslid of hun erfgenamen, de betreffende aanspraken tegenover derden aan het Rijk cederen, worden zij alsnog in het genot gesteld van de overeenkomstig dit besluit vastgestelde bedragen.

2. Indien het Rijk ter zake van de door voornoemde cessie verkregen rechten een burgerlijke rechtsvordering instelt, worden de kosten, welke uit het rechtsgeding voor het Rijk voortvloeien, niet op de noodwachter, op een gezinslid of op hun erfgenamen verhaald.

Artikel 10

Dit besluit, hetwelk kan worden aangehaald als „Besluit Geneeskundige Verzorging Nood wachters”, treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is balast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

’s-Gravenhage, 25 November 1952.

JULIANA.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

BEEL.

Uitgegeven de acht en twintigste November 1952.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.

Sluiten