Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

WET van 26 November 1952, houdende naturalisatie van Theodor Wilhelm van Alst en 16 anderen.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er aanleiding is tot naturalisatie van Theodor Wilhelm van Alst en 16 anderen, die aan Ons een verzoek daartoe hebben gedaan, met overlegging — wat betreft de in artikel 2 genoemde voor zoveel doenlijk — van de bewijsstukken, bedoeld in artikel 3 der wet van 12 December 1892 (Stb. 268) op het Nederlanderschap en het ingezetenschap, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 December 1951 (Stb. 593);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1 . De hoedanigheid van Nederlander wordt bij deze verleend aan:

1° Theodor Wilhelm van Alst, geboren te Leegmeer, Emmerik (Duitsland) 21 Februari 1886, electricien, wonende te Renkum, provincie Gelderland; 2° Henni Badendiek, geboren te Berlijn (Duitsland) 27 Mei 1924, steno-typiste, wonende te Rotterdam, provincie Zuidholland; 3° Cornelia Elisabeth Cremers, geboren te St. Tönis (Duitsland) 26 Februari 1900, coupeuse, wonende te Eindhoven, provincie Noordbrabant; 4° Matild Darab, geboren te Boedapest (Hongarije) 31 Januari 1919, religieuze-röntgenassistente, wonende te Raalte, provincie Overijssel;

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 1952, 2725; Bijl. Hand. II 52/53, 2725; Hand. II 52/53, bladz. 2037; Bijl. Hand. I 52/53, 2725; Hand. I 52/53, bladz. 2007.

Sluiten