Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Aan boord van alle schepen, waar het sloependek meer dan 4,60 meter boven de grootste toegestane diepgang in zeewater ligt, moeten de reddingboten voorzien zijn van glijspanten of daarmede gelijk te stellen inrichtingen van een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd type.

Artikel 65

1. Passagiersschepen moeten naar gelang van de lengte voorzien zijn van een aantal stellen davits en daaraan verbonden reddingboten, als in bijlage XI is voorgeschreven. 2. Passagiersschepen, welke worden gebezigd voor het vervoer van pelgrims en van grote aantallen passagiers, voor wie geen vaste slaapplaatsen aanwezig zijn, in de in bijlage XII aangegeven gebieden, mogen, in afwijking van het in lid 1 bepaalde, naar gelang van de lengte van het schip voorzien zijn van een aantal stellen davits en daaraan verbonden reddingboten, als in bijlage XII is omschreven. Stellen davits en daaraan verbonden reddingboten aan boord van passagiersschepen

Artikel 66

Aan boord van schepen van 500 ton en meer, geen passagiersschepen zijnde, en van alle passagiersschepen met minder dan 20 reddingboten, moet ten behoeve van de reddingboten ten minste één draagbaar radiotelegraaftoestel aanwezig zijn, dat voldoet aan de m bijlage XIII gestelde eisen. Het moet geheel volledig met bijbehorende uitrusting in de kaartenkamer of op een andere geschikte Plaats bedrijfsklaar gereed worden gehouden. Op reizen van beperkte duur kan het Hoofd van de Scheepvaartinspectie van deze eis vrijstelling verlenen. Draagbaar radiotelegraaftoestel voor reddingboten

Artikel 67

1- Aan boord van alle schepen moeten de nodige middelen aanlig zijn om, zowel bij dag als bij nacht, doelmatige noodsignalen te kunnen geven. Noodsignalen

2- Aan boord van alle passagiersschepen en van andere schepen v an 500 ton en meer moeten hieronder begrepen zijn ten minste drie v alschermsignalen, welke op grote hoogte een helder rood licht kunPen geven.

§ 2. Veiligheidsmiddelen

Artikel 68

1- Aan boord van elk schip moeten geschikte middelen of inlichtingen voor het storten van golfstillende olie en een voldoende hoeveelheid traan of plantaardige olie aanwezig zijn, waarbij rekening ^oet worden gehouden met de lengte van het schip, de duur en de a ard van de te ondernemen reis. Oliestorten; lijnwerptoestel, stormladder, loodsladder

2- Schepen, geen passagiersschepen zijnde, van 500 ton en meer alle passagiersschepen moeten zijn voorzien van een door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie goedgekeurd lijnwerptoestel. Het

Sluiten