Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kregen toestemming van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie en volgens door deze te geven aanwijzingen.

De in dit lid bedoelde stoffen mogen niet in eenzelfde ruimte worden geborgen als stoffen, bedoeld in de leden 3, 4, 6, 7 en 9.

11. Stoffen, niet genoemd in de vorige leden, waarvan het vervoer om enigerlei reden gevaar oplevert, moeten worden verpakt en gestuwd overeenkomstig de door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie gegeven aanwijzingen.

12. (a) Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan aanvullende voorschriften geven nopens de stuwage, de verpakking en de te vervoeren hoeveelheden van in dit artikel bedoelde stoffen, indien zulks, met het oog op de bijzondere gevaren, aan het vervoer verbonden, door hem nodig wordt geacht.

(b) Stoffen, waarvan het vervoer om enigerlei reden een gevaar oplevert, dat door de wijze van verpakken en stuwen niet in voldoende mate beperkt kan worden, kunnen, ook al zouden zij door hun aard niet onder een der voorafgaande leden van dit artikel gefangschikt kunnen worden, door het Hoofd van de Scheepvaartinspectie van het vervoer per schip worden uitgesloten.

13. Indien een ten vervoer aangeboden stof onder meer dan één lid van dit artikel gerangschikt kan worden, moet met de bepalingen van alle betreffende leden rekening worden gehouden.

De afzender is verplicht, voordat met het laden van een onder dit artikel vallende stof een aanvang wordt gemaakt, tijdig van het aangeboden vervoer schriftelijk kennis te geven aan de kapitein en, zo het inladen in een Nederlandse haven of een haven van de Nederlandse Antillen plaats heeft, tevens aan het betrokken Districtshoofd van de Scheepvaartinspectie, onder opgave van de leden van dit artikel, waaronder de stof valt.

De inlader heeft dezelfde verplichting tot kennisgeving, indien hem de aard van de lading bekend is, tenzij hij zich er van vergewist heeft, dat de afzender zijn hiervoor bedoelde verplichting is nagekomen.

Bij twijfel omtrent de mate van gevaarlijkheid van een stof kan hier te lande het Districtshoofd een verklaring van de afzender of de inlader daaromtrent eisen en zo nodig de voorlichting van terzake deskundigen inroepen; in het buitenland kan zulks door de kapitein, eventueel door tussenkomst van de consulaire ambtenaar ter plaatse, geschieden.

Colli gevaarlijke stoffen moeten met een onderscheidingsetiket of Werkplaat, het gevaarlijke karakter betreffende, zijn aangeduid.

Bij grote eenvormige verpakking behoeft slechts één stuk te zijn gemerkt.

14. Aan boord van een schip, hetwelk gevaarlijke stoffen vervoert, moet een lijst, vermeldende de gevaarlijke stoffen, verdeeld naar de Ve rschillende leden van dit artikel, aanwezig zijn.

Sluiten