Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 118

1. De kapitein van een schip, geen passagiersschip zijnde, van 500 ton en meer, is verplicht ten minste éénmaal per maand een oefening met de brandblusmiddelen te doen houden. Voorzorgsmaatregelen brandgevaar

2. De kapitein is verplicht zorg te dragen, dat de brandblusmiddelen in zodanige staat blijven, dat zij gedurende de reis te allen tijde onmiddellijk gebruikt kunnen worden.

3. De kapitein is verplicht zorg te dragen, dat het gewicht van elke koolzuurcylinder voor de toelating van verstikkend gas in laadruimen, machinekamers en ketelruimen ten minste éénmaal per jaar wordt gecontroleerd.

4. De kapitein is verplicht zorg te dragen, dat de voortstuwingsruimten en de kombuizen behoorlijk worden schoongehouden en Worden vrijgehouden van olieresten, lekolie, met olie doordrenkt Poetskatoen en dergelijke verontreinigingen.

5. De kapitein is verplicht zorg te dragen, dat blikken en flessen, Welke brandbare vloeistoffen bevatten, op een veilige plaats, verwijderd van kombuizen en plaatsen, waar open vuur wordt gebezigd, zodanig worden geborgen, dat zij bij een zware schok niet omvallen °f brand veroorzaken en dat olie- en kaarslantaarns zodanig worden v astgezet en geborgd, dat zij bij een zware schok niet omvallen of losraken.

Artikel 119

De kapitein van een schip, dat met landverhuizers vaart, is verplicht zorg te dragen, dat: Vervoer landverhuizers

(a) de landverhuizers gedurende de reis zoveel mogelijk gelegenheid wordt gegeven aan dek te vertoeven; (b) de verblijven van de landverhuizers dagelijks worden gereinigd en steeds behoorlijk worden geventileerd; (c) de verblijven van de landverhuizers voldoende worden verlicht; (d) de landverhuizers zindelijk en goed onderhouden beddegoed Wordt verstrekt en dit beddegoed wordt gelucht;

, ( e ) in de verblijven van de landverhuizers slechts wordt geborgen hetgeen voor het dagelijks gebruik nodig is en dat de landverhuizers ten minste éénmaal per week toegang wordt verleend tot hun overige bagage;

(f) aan boord geen dieren worden vervoerd, tenzij zodanige maatdelen zijn genomen, dat de landverhuizers daarvan generlei hinder ondervinden;

fe) indien vóór het vertrek van het schip onder de ingescheepte landverhuizers iemand lijdende aan een ziekte van gevaarlijk bes mettelijke aard wordt aangetroffen, deze wordt ontscheept.

Sluiten