Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(b) binnen een achtste van de lengte van het schip van de vóórloodlijn zijn gelegen; (c) op de plaats, aangeduid in lid 1, onder (b), zijn gelegen; (d) gedurende de vaart niet bereikbaar zijn; (e) in ruimten, welke bestemd zijn voor de huisvesting van de scheepsgezellen of van tussendekspassagiers, zijn gelegen.

3. Patrijspoorten, welke onder het schottendek zijn aangebracht, met uitzondering van die, welke in het vorige lid zijn vermeld, moeten aan de binnenzijde voorzien zijn van deugdelijke blinden, welke wegneembaar mogen zijn en in de onmiddellijke nabijheid van de patrijspoorten geborgen moeten worden. Deze blinden moeten van vloeiijzer, gegoten staal of gelijkwaardig materiaal zijn vervaardigd. Wanneer zij niet naast of onder de poorten zijn opgehangen, moeten de plaatsen, waar zij zijn geborgen, duidelijk zijn aangegeven.

4. In ruimen, welke uitsluitend voor het vervoer van lading of het bergen van kolen zijn bestemd, mogen geen patrijspoorten zijn aangebracht.

5. Patrijspoorten met automatische ventilatie mogen zonder machtiging van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie niet onder de indompelingsgrenslijn in het scheepsboord worden aangebracht.

Artikel 11

Toegangs-, Iaaden kolenpoorten, alsmede openingen van stortkokers Artikel 19 van bijlage II moet als volgt worden gelezen: 1. Toegangs-, laad- en kolenpoorten in het scheepsboord, welke onder de indompelingsgrenslijn zijn aangebracht, moeten van voldoende sterkte zijn.

Laad- en kolenpoorten, welke geheel of gedeeltelijk onder de bovenste indelingslastlijn zijn gelegen, mogen slechts met bijzondere machtiging van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie worden aangebracht.

2. De binnenboordopening van elke stortkoker voor as, vuil, enz. moet van een deugdelijk deksel zijn voorzien.

Indien de binnenboordopening onder de indompelingsgrenslijn 1S gelegen, moet het deksel waterdicht afsluiten en moet bovendien een terugslagklep in de koker op een gemakkelijk toegankelijke plaats boven de bovenste indelingslastlijn zijn aangebracht. Wanneer de koker niet in gebruik is, moeten zowel het deksel als de klep gesloten en geborgd zijn.

Artikel 12

Dubbele bodems Lid 8 van artikel 22 van bijlage II is niet van toepassing.

Artikel 13

Pompinrichting Van artikel 24 van bijlage II zijn lid 4 en lid 9, met uitzondering van de eerste volzin, niet van toepassing.

Sluiten