Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zomervan de zomerdiepgang, gemeten van de bovenkant van de kiel tot het middelpunt van de cirkel, af te trekken.

2. Het minimum vrijboord in de tropen in zout water mag niet minder dan 5 centimeter bedragen.

Artikel 65

Het minimum vrijboord in de winter is het vrijboord, dat wordt winterminimumvrijboord

verkregen door bij het zomerminimumvrijboord -^g- van de zomerdiepgang, gemeten van de bovenkant van de kiel tot het middelpunt van de cirkel, op te tellen.

Artikel 66

Het minimum vrijboord voor schepen met een lengte, welke niet Winterminimumgroter is dan 100,58 meter, is voor reizen gedurende de winter- Noord-Atianti- 8 maanden dwars over de Noord-Atlantische Oceaan, ten noorden van sche Oceaan de 36ste breedtegraad, gelijk aan het minimum vrijboord in de winter vermeerderd met 51 millimeter. Voor schepen met een lengte groter dan 100,58 meter is het gelijk aan het minimum vrijboord m de winter.

Artikel 67

1 Het minimum vrijboord in zoet water van een soortelijk ge- Minimum vrijwicht van één is het vrijboord, verkregen door van het minimum ,n zoet

vrijboord in zout water yy- af te trekken, waarin de waterverplaatsing is in zout water in tonnen bij de uitwatering in de zomer en t het aantal tonnen, waarmede de waterverplaatsing per ee ntimeter in zout water bij de uitwatering in de zomer toeneemt.

2. Indien de waterverplaatsing bij de uitwatering in de zomer niet n * e t zekerheid kan worden vastgesteld, moet de aftrek-^g- van de zomerdiepgang zijn, gemeten van de bovenkant van de kiel tot het middelpunt van de cirkel.

Artikel 68

He grondslag voor het minimum vrijboord in de zomer voor Tabel voor mini^oorri- of motorschepen, welke voldoen aan de vastgestelde normen, mum vrijboord v* neergelegd in de volgende tabel, waarbij de onder (a) tot en met motorschepen 1 gegeven voorschriften moeten worden gevolgd.

Sluiten