Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Stroomverbrekende delen van aanloopweerstanden en regelbare weerstanden moeten op doelmatige wijze tegen aanraking zijn beschermd. Deze bepaling is niet van toepassing op weerstanden in schakelruimten.

3- Aanloopweerstanden voor gelijkstroommotoren met een vermogen van 0,75 kilowatt of meer moeten zodanig zijn ingericht, dat na het wegvallen van de spanning het vanzelf in bedrijf komen van de motor bij terugkeren van de spanning niet mogelijk is, tenzij de aard van het bedrijf zulks eist.

Artikel 24

Verwarmingstoestellen 1. Electrische kachels moeten vast zijn opgesteld. 2. Electrische kachels moeten zodanig zijn ingericht en opgesteld, dat zij geen brandgevaar voor hun omgeving kunnen medebrengen. In vochtige ruimten moeten zij van waterdichte constructie zijn.

3. Electrische kachels, welker oppervlakte-temperatuur 100° Celsius kan overschrijden, zijn alleen toegelaten, indien zij door een doeltreffend metalen omhulsel, welks oppervlakte-temperatuur niet hoger kan worden dan 100° Celsius, zijn beschermd.

4. Verwarmingstoestellen, zoals kooktoestellen en dergelijke, mogen alleen worden gebruikt, indien de delen, welke de verwarmingslichamen vormen, zijn omgeven door een doelmatig beschuttend omhulsel.

Artikel 25

Smeltveiligheden en maximumschakelaars 1. Smeltveiligheden van een nominale stroomsterkte van niet meer dan 25 ampère moeten als schroefsmeltveiligheden of daarmede ten minste gelijkwaardige patroonveiligheden zijn uitgevoerd.

2. Smeltveiligheden moeten zodanig zijn ingericht, dat:

(a) bij een nominale stroomsterkte van de smeltpatroon van 6 tot en met 25 ampère voor een bepaalde stroomsterkte het door onachtzaamheid of bij vergissing inzetten van een smeltpatroon van een hogere nominale stroomsterkte niet mogelijk is;

(b) bij een nominale stroomsterkte van de smeltpatroon van minder dan 6 ampère het inzetten van een smeltpatroon van meer dan 6 ampère niet mogelijk is.

3. Het gebruik van open buisveiligheden is verboden. Bovendien is het gebruik van smeltveiligheden met verwisselbare smeltdraad van een nominale stroomsterkte van niet meer dan 25 ampère verboden4.

Smeltveiligheden moeten zodanig zijn ingericht, dat het uitnemen of inzetten van de smeltpatronen kan geschieden, zonder dat daartoe blanke, onder spanning staande delen met de hand of met ongeïsoleerd gereedschap behoeven te worden aangeraakt en zonder dat gevaar bestaat om met onder spanning staande delen in aanraking te komen.

5. Het gebruik van gerepareerde smeltpatronen, die kennelijk niet voor vervanging van de smeltdraad zijn ingericht, is verboden.

Sluiten